Nightingale Symposium

Sinds 1880 is verplegen een vak, waarvoor een opleiding nodig is. Iedere verpleegkundige weet dat. Lang dachten we in Nederland dat je om goed te kunnen verplegen geen theoretische en wetenschappelijk scholing nodig had. Die mening is gekanteld. Inmiddels promoveren verpleegkundigen en worden ze hoogleraar. Van washand tot wetenschap dus.

Het 4e Nightingale Symposium

Op donderdagmiddag 10 oktober 2019 vond het 4e Nightingale Symposium plaats. Nieuw onderzoek naar de geschiedenis van de verpleegkunde stond op het programma. Het thema: de ontwikkeling van verplegingswetenschap in Nederland. Waar komen we vandaan en hoe ziet de toekomst eruit? Het symposium is geaccrediteerd.

<
>
<
>

Thema: Van washand tot wetenschap (1970-2030)

Zo’n 50 jaar geleden begon in Nederland de discussie over de vraag of verpleegkunde een EIGEN wetenschappelijke grondslag nodig had. De meningen hierover waren sterk verdeeld. Was het niet het belangrijkste dat een verpleegkundige goed overweg kon met de washand? Was de medisch-wetenschappelijke basis niet voldoende en zou de kern van het vak hierdoor niet in de verdrukking komen? Begin 1980 kwam het er dan toch van en startte de afstudeerrichting Verplegingswetenschap in Maastricht. De eerste hoogleraar was in 1986 een feit. In 2019 zijn er 13 hoogleraren Verplegings-wetenschap en is Evidence Based Nursing niet meer weg te denken uit de verpleegkunde. Is de washand definitief ingeruild voor wetenschap? Wat is de patiënt is opgeschoten met deze verwetenschappelijking en waar staan we straks in 2030? Over de geschiedenis, de stand van zaken nu en de toekomst gaat dit 4e Nightingale Symposium. 

 

<
>

Terugblik op het symposium

Het thema verplegingswetenschap stond centraal tijdens dit symposium. De vraag was: Heeft de verpleegkundige beroepsgroep definitief de washand ingeruild voor de wetenschap? Duidelijk werd dat er de afgelopen 50 jaar grote stappen gezet als het gaat om de ontwikkeling van dit vakgebied. De lezing van Nannie Wiegman liet zien dat de beginperiode in Maastricht niet zonder problemen is verlopen. Aansluitend toonde Timo Bolt aan dat EBM noodzakelijk is, maar dat we dat begrip niet te star moeten interpreteren en dat we zeker niet alle heil moeten verwachten van Evidence Based Nursing.

Marieke Schuurmans nam de toehoorders mee naar de toekomst, waarbij vooral de praktische kant van het verpleegkundig handelen het onderwerp moet zijn van wetenschappelijk onderzoek. Aart Eliens, Mieke Grypdonck en Carla Frederiks deelden hun ervaringen uit de vroege periode met de zaal, en gaven een mooie toelichting bij diverse onderdelen van de lezingen. Ad Bergsma riep de beroepsgroep op zich vooral niet als Calimero te gedragen, omdat verpleegkunde een volwassen vak is.

<
>

Column Ad Bergsma - Heeft de verpleging last van het Calimerocomplex?

In de canon van de verpleegkunde wordt de periode van '89 tot '91, aangeduid als die van de 'witte woede'. Nannie Wiegman, directeur Florence Nightingale Instituut, geeft in een blog de volgende omschrijving: 'De frustratie van verpleegkundigen en verzorgenden was tot uitbarsting gekomen. Overal vonden acties in de zorg plaats, sommige ludiek, andere van een ongemene felheid. Voor het eerst in hun 100-jarige geschiedenis traden verpleegkundigen en verzorgenden naar buiten en lieten ze zich van een andere dan de zorgzame kant zien.'

In die periode was ik zelf net gestopt als leerling-verpleegkundige om psycholoog te worden. Mij vielen de volgende spandoeken op: 'Het begint te vervelen om voor Florence Nightingale te spelen' en 'Florence Nightingale is dood'. De actievoerders weigerden nog langer lieve verpleegstertjes te zijn.

De historische Florence Nightingale was echter helemaal geen lief doetje. Florence was zeer ondernemend, intelligent, politiek vaardig en wilskrachtig. Ze verzette zich actief tegen de heersende opvatting van artsen uit haar tijd dat verpleegsters geen opleiding nodig hebben en ze stichtte zelf opleidingsscholen. Bovendien heeft zij er altijd op gehamerd dat verplegen een beroep is, geen liefdadigheid en dus als ieder ander beroep betaald moet worden.

De maaksters van de spandoeken bekleedden de historische Florence Nightingale dus met negatieve vooroordelen over het eigen vak. Het beeld van het icoon van de verpleging werd vertekend door het Calimerocomplex van de witte uniformen die in haar voetspoor traden. Voor de jonge toehoorders onder ons: Calimero is een zwart kuikentje met op zijn koppie een eierdop. Het kuiken speelt de hoofdrol in een tekenfilmserie die begin jaren zeventig werd uitgezonden door de Tros. Calimero roept voortdurend: 'Zij zijn groot en ik is klein en da's niet eerlijk, o nee'. Het Calimerocomplex drong door tot de Nederlandse taal, als ‘het gevoel tekortgedaan of niet serieus te worden genomen.’

Anno 2019 is de witte woede terug. De oorzaken lijken op die van '89 tot '91. De werkdruk is nog steeds te hoog en de kloof in de betaling tussen verzorgenden en verpleegkundigen enerzijds en academische geschoolde zorgprofessionals anderzijds blijft onredelijk groot. De boosheid lijkt echter vooral aangewakkerd, doordat verpleegkundigen nog steeds worstelen met het idee dat ze niet voor vol worden aangezien. Kijk maar naar de wet BIG II waarin een verschil tussen mbo-V- en hbo-V-verpleegkundigen verankerd zou moeten worden. De opstand die daarop volgde, zorgde ervoor dat de minister zijn keutel deze week definitief weer introk.

Probeer dit conflict eens te bekijken zonder teveel op de details van de voorstellen in te gaan. Het valt op dat de mensen die hun beroep in de praktijk hebben geleerd en zich met allerlei specialistische cursussen verder hebben bekwaamd, in de hiërarchie een stapje lager zouden komen te staan dan de regieverpleegkundigen, die vers van het hbo veel boekenkennis hebben, maar weinig praktische wijsheid. Abstract weten werd hoger gewaardeerd dan praktische vaardigheid. Het hoofd kreeg prioriteit over het hart. Niet slim als een handen-uit-de-mouwen-beroepsgroep zich miskend voelt. Oud SER-voorzitter Rinnooy Kan constateerde het volgende toen hij het lot van BIG II bezegelde. De gerezen weerstand 'weerspiegelt een al langer bestaande onvrede onder de beroepsgroep. Een onvrede die verband hield met een gevoel van onderwaardering en met een ervaren gebrek aan begrip.'

Het is niet overdreven te stellen dat BIG II is gesneuveld op het Calimerocomplex. Niet dat de commissie Meurs dat over het hoofd had gezien. Hun voorstel begint met de stroopkwast: 'Het verpleegkundig beroep verdient aandacht, steun en waardering en dat geldt des temeer voor de beroepsbeoefenaren: de verpleegkundigen zelf.' En als de minister voor medische zorg, Bruno Bruins, na de eerste afwijzing aankondigt dat hij wil kijken of hij BIG II kan reanimeren, schrijft hij aan de kamer. 'Ik waardeer het werk van alle verpleegkundigen dat zij dagelijks doen zeer.'

Waar echter geen rekening mee is gehouden, is dat Calimero niet voldoende heeft aan een klopje op het eierdopje. Neem in plaats daarvan verpleegkundigen nu eens echt serieus. De commissie Meurs bestond bijvoorbeeld niet uit vertegenwoordigers, maar uit 'deskundigen'. De professoren en opleiders uit de commissie straalden per ongeluk toch uit dat verpleegkundigen een beroepsgroep zijn waar je over kan beslissen en die je niet zelf aan het woord hoeft te laten. 'En dat is niet eerlijk, o nee', zei ons kuikentje al.

De vraag is of de verontwaardiging de beroepsgroep goed heeft gedaan. Mij persoonlijk lijkt het gewenst te differentiëren tussen mbo- en hbo-verpleegkundigen, al is het maar om de steeds complexere zorgvragen van thuiswonende, kwetsbare ouderen die op ons af komen. Wat dat betreft heeft Pauline Meurs waarschijnlijk gelijk als ze denkt dat de beroepsgroep een kans heeft gemist.

Toch moeten we constateren dat we dit soort verbeteringen alleen voor elkaar krijgen als we verpleegkundigen echt het gevoel kunnen geven dat ze ertoe doen. Ik denk dat dit alleen lukt door verpleegkundigen daadwerkelijk te laten voelen dat de zorg draait om het goed zijn voor mensen. Verpleegkundig pionier Mieke Grypdonck beschreef dit als op wetenschap gebaseerde dienstbaarheid. Dus verrijk je rapporten niet met één zinnetje stroop, om je daarna te verliezen in de papieren werkelijkheid van NLQF-criteria. Maak in plaats daarvan zichtbaar wat patiënten en verpleegkundigen te winnen hebben bij een voorgestelde verandering.

Verpleegkundigen krijg je enthousiast als je laat merken dat het vakoverstijgende hart voor patiënten staat centraal. Opleiders, beleidsmakers en managers lijken zich soms te verliezen in het opstellen van regels over verpleegtechnische vaardigheden. Pas als verpleegkundigen het idee geven dat we de menselijke aspecten van liefdevolle zorg voldoende op waarde schatten, ontstaat de ruimte en veiligheid om te differentiëren in de verpleegtechnische vaardigheden, zodat het vak optimaal dienstbaar is aan de bevolking.

Het gevoel van verpleegkundigen tweederangs behandeld te zijn is niet onterecht. Toch denk ik dat het geen kwaad kan om iets meer te geloven in de unieke en onmisbare bijdrage van verpleegkundigen, en dat Calimerocomplex nu maar eens te vergeten. Omarm de witte woede niet vanuit het gevoel tekort gedaan te zijn, maar vanuit eigen kracht. Dokters hebben al getoond hoever je daarmee kan komen. Wie het verpleegkundige hart tot zijn recht wil laten komen, kan een voorbeeld nemen aan de politiek strateeg en belangbehartiger die Florence Nightingale heette.

<
>

Home

Welkom op de website van het Florence Nightingale Instituut. Hier vind je allerlei themadossiers over de geschiedenis van de verpleging en verzorging. Ontdek hoe het vak zich door de jaren heen ontwikkeld heeft. Maak kennis met belangrijke vrouwen uit het vak. En deel deze informatie met anderen.

COVID-19 verhalenbank

We leven in een roerige tijd. De COVID-19 crisis is een ijkpunt in de (Nederlandse) geschiedenis. Het Historisch College FNI/V&VN wil er voor zorgen dat ook de cruciale rol van de verpleegkundigen in deze crisis goed worden gedocumenteerd.

Bekijk dit dossier

Canon

Bekijk hier de tijdlijn van de geschiedenis van de verpleging en verzorging, van 1800 tot nu

Bekijk dit dossier

Opdrachten voor het onderwijs

Speciaal voor MBO- en HBO studenten: ruim 20 educatieve opdrachten over de geschiedenis van de zorg

Bekijk dit dossier

Katholieke ziekenzorg

Katholieke religieuzen verpleegden zieken vanuit roeping en hadden tot de jaren ‘60 een belangrijk aandeel in de ziekenverpleging.

Bekijk dit dossier

Kraamzorg thuis

In Nederland was thuis bevallen de normaalste zaak van de wereld, ook nadat in andere westerse landen de medicalisering van de geboorte toenam. Nederlandse vrouwen kregen hun baby lange tijd liever thuis dan in het ziekenhuis. De kraamzorg heeft dus een lange historie.Toch daalt het aantal thuisbevallingen aanzienlijk. Hoe gaat dat verder en wat betekent die afname voor het beroep van kraamverzorgende? In dit dossier vind je de geschiedenis van de kraamzorg vroeger en nu.

Hall of Fame

Wie zijn ze, die vrouwen en mannen uit de geschiedenis die het beroep van verpleegkundige en verzorgende groot gemaakt hebben? Natuurlijk kent iedereen Florence Nightingale wel, maar al die andere ambassadeurs en voorbeelden verdienen ook onze aandacht. Hier zijn ze!

Verplegen in de wijk

Wijkverpleging staat volop in de schijnwerpers. Vergrijzing en bezuiniging maken dat de thuiszorg op een andere manier georganiseerd moet worden. Huishoudelijke hulp komt bij gemeenten te liggen, terwijl verpleging en verzorging een taak van de wijkverpleging blijven. De roep om de ‘ouderwetse wijkverpleegster’ weerklinkt. De vraag is dan natuurlijk wat voor iemand dat was. Lees hier alles over de geschiedenis en historie van de wijkverpleging.

Verplegen in het ziekenhuis

Waar verplegen we de patiënt. Thuis of in het ziekenhuis? Tegenwoordig worden patiënten - onder andere uit kostenoverwegingen - eerder naar huis gestuurd dan 25 jaar geleden. Verpleegkundigen krijgen daarom steeds meer alleen met ernstige zieken te maken. Hoe was dat in de 19e en de 20e eeuw? Hoe zagen ziekenhuizen er uit? Bestonden verpleegkundigen al en wat deden ze toen? Lees hier alles over de geschiedenis en de historie van het ziekenhuis.

De GGZ

Mensen met psychische stoornissen blijven tegenwoordig zo lang mogelijk thuis wonen. Ze worden ambulant behandeld of zelfs via internet. Patiënten heten cliënten. Oppassers en bewaarders hebben plaatsgemaakt voor verpleegkundigen of verpleegkundig specialisten in de GGZ. Lees hier meer over de geschiedenis en de historie van de GGZ.

Verplegen in de Z

Eeuwenlang zijn termen voor verstandelijk gehandicapten en psychiatrische patiënten door elkaar gebruikt. De haast eindeloze opsomming varieert van zwakzinnigen tot idioten, debielen, imbecielen, achterlijken, onvolwaardigen, onmaatschappelijken, onnozelen, waanzinnigen, gekken en dwazen. Bij verstandelijk gehandicapten of zwakzinnigen is er altijd sprake van gebrekkige verstandelijke vermogens. Het is een groep die niet of moeilijk voor zichzelf kan zorgen. De kwetsbaarheid is gebleven, maar tegenwoordig spreken we over ‘mensen met mogelijkheden’. Hoe komt dat zo? Lees hier alles over de geschiedenis en historie van de zorg voor verstandelijk gehandicapten.

Gezinszorg

De professional die organisatorische taken in een gezin overneemt, heet sinds 1997 verzorgende of helpende. Ook namen als thuisbegeleidster, ouderenhelpster of gezinshulp komen voor. Ze zijn afgeleid van de beroepsbeoefenaren die vanaf begin 20e eeuw in de gezinsverzorging werkzaam waren. Zij waren de praktische vervangsters van moeders, die hun taken in het gezin niet konden vervullen. Er werden hoge eisen aan hen gesteld. Hoe is het beroep van huisverzorgster - zoals de gezinsverzorgende vroeger heette - veranderd? Lees hier alles over de geschiedenis en de historie van de gezinszorg.

1895 - 1945

Particulier initiatief

In de 19e eeuw was de zorg voor het gezin de taak van de moeder. Als zij ziek was, had dat vaak dramatische gevolgen. Het grootste risico liepen arme huishoudens waar de vader en moeder allebei moesten werken. Het inkomen viel weg en het huishouden ontspoorde. Om ontwrichting van die gezinnen te voorkomen, riepen vermogende particulieren vanaf 1895 verenigingen in het leven. De eerste was ‘Hulp in het Huisgezin’ in Deventer en daarna volgden initiatieven in andere steden in hoog tempo. Ook de verzuilde kruisverenigingen, die vanaf het eind van de 19e eeuw het licht zagen, richtten zich op verbetering van verzorging van het gezin.

<
>

Canon van de gezinszorg

Een overzicht van de lange geschiedenis van de gezinsverzorging.

Bekijk dit dossier

’Hulp in de Huishouding’

Deze helpster van de Katholieke Vereniging ‘Hulp in de Huishouding’ vervangt de moeder in het gezin. Ze schenkt koffie voor vader en verstelt tussen de bedrijven door het linnengoed met de Singer naaimachine. Het kindje kijkt onwennig naar deze rijzige dame in wit uniform.


Periode
  • Van 1939 tot 1940





<
>

Handnaaimachine

De komst van de naaimachine verlichtte het werk van gezinsverzorgsters enorm. Het stoppen van sokken en kousen bleef een hele klus, maar dankzij de handnaaimachines, waarvan het merk Singer buitengewoon populair was, konden intensieve naaiklussen en verstelwerk sneller uitgevoerd worden. Tijdens de opleiding kwam ...

... het werk met hand- of trapnaaimachine ook aan bod. Men moest stukjes in lakens, overalls of blousjes kunnen zetten, en geblokte of gebloemde stoffen op een goede manier kunnen verstellen.


Periode
  • Van 1880 tot 1940





<
>

Beantwoord deze vraag en ontdek welke themadossiers voor jou interessant zijn.

De voor jou geselecteerde dossiers verschijnen naast elkaar. Je kunt via het pijltje in de rode balk aan de zijkant van het dossier verder klikken.

Verberg Ontdek wat deze site jou te bieden heeft