Wij & Corona

Hoe beleven Nederlandse zorgmedewerkers en senioren de coronacrisis? Hoe is hun leven veranderd? Waar maken zij zich zorgen over, wat geeft hen hoop en troost? Voor het project 'Wij & Corona' zijn in de periode maart 2020 - juli 2021 meer dan 350 persoonlijke verhalen verzameld. Een verzameling verhalen over de zorg in een buitengewone tijd. Hieronder lees je een selectie uit dit bijzondere archief.

Wij & Corona

Introductie

Onder de noemer‘Wij & Corona’ besloten kennisinstituut Leyden Academy on Vitality and Ageing en stichting GetOud bij het uitbreken van de coronapandemie een podium te bieden aan de ervaringen van senioren, hun familieleden en zorgverleners. De website wijencorona.nl wordt in zijn geheel gearchiveerd in ons corona-archief en wordt beschikbaar gesteld voor toekomstig onderzoek naar de coronapandemie.

<
>

Samen doe je het. Samen draag je het

Margje (43) uit Nijmegen, werkt als directeur Zorg & Welzijn bij Zorggroep Apeldoorn en omstreken. Margje werd op 11 januari 2021 geïnterviewd.

 

Margje ging zelf helpen bij een getroffen locatie: “Meneer Bos klonk benauwd. Al vond hij zelf van niet. Hij had vooral dorst en wilde naar huis. Hij hield mijn hand heel stevig vast.”

Eergisteravond is een bewoner van een afdeling voor mensen met dementie gevallen. Meneer had verder geen COVID-klachten. Toch vertrouwde het team het niet, dus laagdrempelig testen. Deze bewoner is erg knuffelig, hij loopt veel en zoekt constant fysiek contact. De volgende ochtend blijkt de PCR-test positief en zijn er meerdere bewoners met ondertemperatuur, ander gedrag en twee die wat kortademig lijken. Dus breder testen en de maatregelen verscherpt. Met extra aandacht voor de ventilatie.


ALLE ZEILEN BIJ
Op de sneltest blijkt al een aantal bewoners positief. Dus alle protocollen en richtlijnen samen met de kenmerken van de locatie, de mogelijkheden van cohorteren verwerkt tot verschillende scenario’s. Deze alvast uitgedacht en waar mogelijk ingeregeld. Gistermiddag veel testuitslagen binnen: helaas veel positief. Goed overleg met naasten, medewerkers en waar mogelijk met bewoners. Extra voorraden naar de locatie. Omgekeerd verplegen ingezet (waarbij het team vanaf de toegang tot de afdeling beschermd is), zodat bewoners in hun eigen omgeving kunnen blijven en zo vrij mogelijk kunnen bewegen. Instructie aan het zorgteam. Extra ondersteuning vanuit de facilitaire diensten. Berichten naar de familie, cliëntenraad en het team. Planning doorgelopen. Extra medewerkers ingepland, want COVID-zorg is zwaar.


HART ONDER DE RIEM
Vandaag ben ook ik naar de locatie gegaan. Om er met aandacht te zijn, een hart onder de riem te steken en een extra handje te helpen en ondersteunen. Omkleden in uniform, volgens de procedure: eerst masker, dan spatbril, dan schort met lange mouwen, dan handschoenen… gelukkig hangen er kaarten met uitleg. Op de afdeling heerste, behalve het ruisen van de schorten, veel rust en overzicht. Bewoners zaten aan tafel, sommigen liepen rond en enkele ziekere bewoners lagen op bed. Op drie kamers was al extra zuurstof nodig.


“WAAROM DRINK JIJ NIET?”
Meneer Bos trok me aan mijn arm: hij wilde met me praten, want hij was ‘gepakt’ en niemand mocht het weten. Gelukkig was ik er, zo zei hij, en kon ik hem helpen. We liepen een rondje over de afdeling. Halverwege kreeg hij last van zijn knie. We rustten in een zitje en ik haalde koffie. “Met melk maar niet teveel.” “Waarom drink jij niet?” “Ik heb een masker op, ik mag over twee uur een kopje koffie.” “Oh dan heb ik het luxe hier,” en glimlachend verzonk hij in zijn eigen gedachten. Meneer Bos klonk benauwd. Al vond hij zelf van niet. Hij had vooral dorst en wilde naar huis. Hij hield mijn hand heel stevig vast.


OOGCONTACT EN HUMOR
De controles werden gedaan. Temperatuur, saturatie, en vanwege omgekeerd verplegen gaat alles net iets anders dan normaal. De lunch werd geserveerd. Samen eten is anders. De bewoners eten en wij zitten in volledige Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM). Hoe belangrijk is de blik, het oogcontact. En ja, humor is er ook. Een collega die voor het eerst weer kwam, vroeg: “Hoeveel positieven zijn er hier?” Een collega antwoordde: “Er is hier zoveel positiviteit, de hele afdeling is er vól van.” Dat lucht op.


KOFFIE VAN DE BUREN
De man en zoon van een collega kwamen om extra palen voor handalcohol in elkaar te zetten. Er werd soep en broodjes gebracht voor het team. De koffie van de buren smaakte heerlijk. Samen doe je het. Samen draag je het.


HOOP OP VACCINATIE
Tijdens de pauze op afstand in de schone ruimte sprak een collega de hoop uit dat ze snel een plekje voor de vaccinatie kon krijgen. En dat ze de ouderen niet zouden vergeten. “Dit is zo zwaar voor iedereen en het is zo vermoeiend, werken in pak. Ik hoopte dat we er bijna waren.”


BRUGGEN BLIJVEN ZOEKEN
Nadat ik uitgepakt, omgekleed en weer schoon was en terug naar huis reed, scheen de zon in mijn ogen. Ik moest even uitwaaien. Op de parkeerplaats bij de Vennen krioelde het van de mensen. Hele gezinnen, groepen mensen samen. Wat een andere wereld. Ik liep snel door. De zonsondergang en de weidsheid hielpen me mijn rust weer te vinden. Wat leven we in een bizarre tijd. Waarin werelden zo lijken te verschillen, en we toch samen met en voor elkaar deze periode door moeten. Waarin we ontzettend veel leren. Waarin de waarde van ‘er zijn’ groot is. En waarin ik me heel goed realiseer hoe ver weg corona voor velen is. En voor anderen juist zo dichtbij. Laten we die bruggen naar elkaar blijven zoeken. En ja, daarvoor sta ik graag met mijn ‘poten in de klei’.


RESPECT VOOR MEDEWERKERS
Oh ja en familie mag natuurlijk op bezoek komen. Op afspraak en volledig beschermd. Of in de Kom op Visite kar. We zien echter dat veel naasten bezoek liever uitstellen. Dus beeldbellen we veel. Wat een enorm respect en waardering heb ik voor alle medewerkers. Zij staan er. Iedere keer weer. Gaan tijdelijk bij een vriendin wonen omdat een huisgenoot COPD heeft, en ze deze niet wil besmetten. Slapen op zolder, weg van hun gezin. Eindeloos respect voor hun inzet en veerkracht!

<
>

Elkaar weer zien en voelen

Jan (57) uit Oegstgeest is locatiemanager bij zorgorganisatie Amstelring. Jan werd op 26 juni 2020 geïnterviewd.

 

Jan legt uit hoe moeilijk hij het vindt de balans te bewaren tussen de vrijheid van de bewoners en vasthouden aan regels: “Beide zijn zo ontzettend belangrijk, maar botsen in de dagelijkse praktijk. Dat smalle pad bewandelen mijn collega’s en ik ieder uur van de dag.”

Sinds een paar weken is er een versoepeling in de coronamaatregelen in het verpleeghuis. Ook op de locatie waar ik locatiemanager ben. Er ontstaat een andere dynamiek. We moeten continu de balans opmaken tussen enerzijds de vrijheid van de bewoners en anderzijds vasthouden aan regels om het risico op besmettingen zo klein mogelijk te houden. Beide zijn zo ontzettend belangrijk, maar botsen in de dagelijkse praktijk. Dat smalle pad bewandelen mijn collega’s en ik ieder uur van de dag, bij iedere bewoner en bij iedere situatie.


CORONAVRIJ
Sinds ruim een maand zijn we ‘coronavrij’, maar ik maak me geen illusies. We kunnen nog niet opgelucht ademhalen. Het heeft een enorme impact gehad op alle betrokkenen. Iedereen is zich ervan bewust dat ze het virus de locatie binnen kunnen brengen en wil dat koste wat kost voorkomen. Dat is een hele verantwoordelijkheid die logischerwijs angst met zich meebrengt. Als het virus naar binnen komt hebben WIJ het gedaan.


SLAPELOZE NACHTEN
Ik begrijp die angst. Zorgverleners, bewoners en hun naasten hebben zoveel meegemaakt. Het werk in de ouderenzorg is de afgelopen periode niet makkelijk geweest. Zorgverleners hebben dingen gezien die je niet wilt zien en ze hebben dingen moeten doen die je niet wilt doen. Veel zorgverleners hebben in die periode, maar nu nog steeds, het gevoel de situatie niet onder controle te hebben. Ook ik heb slapeloze nachten gehad. De regels van het RIVM en kabinet konden zonder veel waarschuwing vooraf veranderen, er waren tekorten aan mondkapjes en beschermende kleding. We hebben echt ervaren hoe het is om achter in de rij van het zorgsysteem te staan.


VRIJHEID VERSUS CONTROLE
Nu, bij de versoepeling, zie ik dat zorgverleners zich vast proberen te houden aan de regels, dat geeft een gevoel van controle. Maar het hebben van regels in huis staat lijnrecht tegenover het hebben van vrijheid voor een bewoner. Met één pennenstreek is in deze crisis bepaald dat de vrijheid van bewoners enorm beperkt wordt. Dat vind ik heftig. Bewoners hebben ook het recht om risico’s te nemen voor dingen die zij belangrijk vinden. Iedereen, ook mensen met dementie, heeft het recht om te doen wat ze willen doen, te zijn wie ze willen zijn en te zien wie ze willen zien. Bewoners en naasten komen soms in opstand en dat geeft nare en soms hartverscheurende situaties. Het toepassen van regels lijkt makkelijk maar de praktijk is weerbarstig.


APARTE RUIMTE VOOR BEZOEK
Dat zien we nu terug bij de versoepeling, we mogen weer bezoek ontvangen. Bij binnenkomst krijgt de bezoeker een mondkapje op en krijgt diegene een gezondheidscheck. De bezoeker moet volgens de richtlijnen gelijk naar de kamer van de bewoner. Zorgverleners op de dementie afdeling voorzagen hier een probleem. Mensen met dementie kunnen onrustig worden en gaan dwalen. Voor de bezoeker is het dan heel moeilijk om op de kamer te blijven, die gaat achter de bewoner aan. Dat mag niet, volgens de richtlijnen mogen naasten niet in contact komen met andere bewoners. Daarom hadden de zorgverleners bedacht om een aparte ruimte voor bezoek te maken.


DIKKE KNUFFEL
Maar het pakt anders uit. Eén van de eerste bezoekers is de partner van een bewoner, ze zijn al 60 jaar getrouwd. Zij komt in de zaal waar haar partner en een zorgverlener zijn en het eerste wat zij doet is haar mondkapje af doen en haar partner een dikke knuffel geven. Na twee maanden elkaar weer zien, aanraken, voelen. Ze konden niet anders. Achteraf vertelde deze mevrouw dat ze het als enorm vernederend heeft ervaren dat ze niet in de vertrouwde omgeving van haar man mocht zijn er een zorgverlener bij zat, alsof ze gecontroleerd moest worden.


GEEN SCHULDVRAAG
Dat raakt mij enorm. Het doet mij beseffen dat wij ondanks de goede bedoelingen, een grote inbreuk hebben gemaakt op de vrijheid van een bewoner en de naaste. Daar is geen schuldvraag. Het is een onmogelijke situatie, iedereen doet wat hij kan en het is allemaal zo nieuw dat we veel dingen voor het eerst moeten uitproberen. Dat kan niet anders. Deze gebeurtenis hebben we besproken in het team en we hebben besloten dat bezoek voortaan gewoon naar de kamer van de bewoner mag, zonder aanwezigheid van een zorgverlener.


WEER LOGISCH NADENKEN
Ik ben ervan overtuigd dat het gesprek de enige manier is om hiermee om te gaan. Dat doe ik niet alleen, teamcoaches en kwaliteitsverpleegkundigen spelen daar een veel belangrijker rol in. Zij stemmen af met de zorgverleners: wat betekent deze versoepeling voor jullie? Hoe voelen jullie je erbij? Dan zie je langzaam het gevoel van angst naar de achtergrond verdwijnen en de ratio, het logisch nadenken weer naar voren komen. Want dat is het ook he, de kans dat iemand corona bij zich draagt is op dit moment 1 op de 10.000. Dus heel veel mensen hebben het virus niet.


BEWUST TIJD MAKEN VOOR CONTACT
Ik ben mijn eigen functie ook anders gaan beschouwen. Deze crisis heeft bevestigd hoe belangrijk het is om echt actief in contact te blijven met de mensen in de locatie, de zorgverleners maar ook de bewoners en naasten. Dat klinkt als een enorme open deur maar als je ziet wat je als locatiemanager op je bordje krijgt dan kan je het grootste gedeelte van je tijd ongelooflijk druk achter de computer in een achterafkamertje gaan zitten. Ik ruim nu elke week bewust tijd in om op de koffie te gaan en met elkaar te praten.


MAATWERK IN SAMENSPRAAK
De zorg is mensenwerk en helaas niet te vangen in standaard regels. Deze periode doet me meer dan ooit beseffen dat de zorg voor een bewoner teamwork is. Juist omdat alles zo snel verandert, is dat gesprek met elkaar cruciaal. Ik ben wekelijks in gesprek met de OR, de cliëntenraad, de teams, bewoners en naasten. We moeten snel signaleren, improviseren en snel keuzes maken. Maatwerk kan alleen in samenspraak. Er was bij werkelijk iedereen een enorme behoefte om te kunnen bijdragen.


CONTRAST BINNEN EN BUITEN
Ik hoop dat de komende maanden bewoners en de naasten weer echt kunnen genieten van elkaar en de ruimte ervaren om te doen wat ze belangrijk vinden. Elkaar weer zien en voelen, daar is een enorme behoefte aan. Het contrast tussen binnen en buiten de verpleeghuizen wordt steeds groter. Mensen houden in de supermarkt nauwelijks nog afstand, spreken met elkaar af, zitten op het terras.. Die tegenstelling is voor veel mensen moeilijk te begrijpen en dat zorgt voor spanning. In het verpleeghuis zal het nog wel even duren voordat het weer normaal wordt, denk ik.

 

<
>

Mantelzorger in 'coronatijd'

Feruze uit Rotterdam, is mantelzorger voor haar 80-jarige ouders. Feruze werd op 3 mei 2020 geïnterviewd. 

 

“Als mantelzorger is het voortdurend afstand houden bijna onmogelijk. Helemaal niet bezoeken is geen optie, de boodschappen moeten toch gedaan worden…”

 

In december 2021 heeft Feruze ons laten weten dat haar moeder is overleden (niet aan corona).

 

Als mantelzorger maak ik mij zorgen over mijn ouders. Ze zijn tachtig jaar, kwetsbaar en wonen met ondersteuning nog zelfstandig thuis. Mijn ouders spreken slecht Nederlands en dit maakt ze afhankelijker van de eigen sociale omgeving. Tijdens een persconferentie eindigde minister De Jonge zijn speech met “We houden afstand van elkaar en we houden oog voor elkaar”. Mooi gezegd, maar in de praktijk blijft dit lastig. Normaal ontvangen mijn ouders veel bezoek van de (klein)kinderen. Dit is door de uitbraak van corona natuurlijk niet meer mogelijk. Niet alleen mijn ouders, maar ook de (klein)kinderen hebben er moeite mee. Het blijft een lastig dilemma: wat als je ze bezoekt en ze worden ziek? En als je niet gaat, hoe moeten ze het dan zelfstandig redden? Als mantelzorger is het voortdurend afstand houden bijna onmogelijk. Helemaal niet bezoeken is geen optie, de boodschappen moeten toch gedaan worden…


MOEDER GAAT MET DE TIJD MEE
Sinds de corona-uitbraak proberen wij video-bellen uit met mijn ouders. Mijn moeder is nieuwsgierig en staat ervoor open. Terwijl mijn vader niks van de digitale, online wereld wil hebben. Hij vindt het online bellen eerder vermoeiend. Hij heeft behoefte aan fysiek contact; gewoon praten en vooral de (klein)kinderen knuffelen. Via haar krijgen wij een beeld van mijn vader. Letterlijk en figuurlijk… Ook wij moesten wennen aan het videobellen met mijn ouders. In eerste instantie was het de vraag of het wel zou lukken. Toen wij zagen dat mijn moeder ermee om kon gaan, waren wij trots. Mooi om te zien dat zij niet is uitgeleerd en meegaat met de tijd. Natuurlijk hebben wij onwijs gelachen om de manier hoe zij dan met de camera omgaat. Mijn moeder wist maar niet hoe zij moest ophangen. Dan bellen ze mij op om te vragen hoe zij moet ophangen.


BEZIG BLIJVEN
Wat doe je als je het huis niet uit mag? Mijn ouders proberen ’bezig’ te blijven en wij kijken hoe wij daarin kunnen ondersteunen. Mijn vader zoekt nu vooral afleiding met tuineren. Wij zorgen ervoor dat zij voldoende plantjes en alle gereedschap in huis hebben. Zo blijft hij in beweging. Mijn moeder leest en kijkt veel tv. Wij maken ons wel zorgen of zij voldoende bewegen.


MÉÉR DAN MANTELZORGER
Door de corona-uitbraak word je als mantelzorger meer belast, want er komen meer vragen op je af. Zo belde de huisarts om te vragen of mijn ouders gereanimeerd willen worden. Een normale vraag onder normale omstandigheden, maar tijdens de coronatijden is het confronterend. Vervolgens moeten wij dit navragen bij mijn ouders, die de vraag dan niet helemaal snappen. “Als je dood gaat, ga je toch dood?,” was het antwoord. Waarop wij moeten doorvragen. Als mantelzorger ben je in deze tijden méér dan alleen mantelzorger; je bent de professional, de coördinator, de toegang tot de buitenwereld en je blijft natuurlijk ook de dochter.


BIJZONDERE GESPREKKEN
Door de corona-uitbraak hebben wij ook gesprekken over de dood. Mijn ouders hebben de wens om in Turkije begraven te worden. Ze hebben een bepaald beeld van hoe de begrafenis moet zijn en hebben hiervoor zelfs het een en ander geregeld. Met de huidige omstandigheden is dit echter niet mogelijk. Wij proberen daarover op een luchtige manier te praten. Dan zeggen mijn ouders: “Tja, dan moeten wij het coronavirus zeker overleven, want wij willen niet op deze manier gaan.” Dat geeft ze weer kracht om niet op te geven.


EYEOPENER
Ondanks alle onzekerheid die het coronavirus met zich meebrengt, zie ik dat mijn ouders positief en nuchter zijn. Ik heb het idee dat wij ons meer zorgen maken, dan dat zij dat zelf doen. Voor mij ook een eyeopener: onderschat de veerkracht van de ouderen niet. Zij hebben veel meegemaakt en hebben genoeg levenservaring om te kunnen relativeren.

 

<
>

Home

Welkom op de website van het FNI. Hier vind je allerlei themadossiers over de geschiedenis van de verpleging en verzorging. Ontdek hoe het vak zich door de jaren heen ontwikkeld heeft. Maak kennis met belangrijke vrouwen uit het vak. En deel deze informatie met anderen.

Aan het front van de samenleving

Lees in deze tentoonstelling over het cruciale werk van verpleegkundigen en verzorgenden ... aan het front van de samenleving!

Bekijk dit dossier

Museumweek 2022: open je wereld!

Vijf objecten uit onze collectie die vroeger alledaags gebruikt werden, maar nu steeds onbekender worden. Ken jij er een?

Bekijk dit dossier

Van Ziekenverzorgende tot VIG

Lees in deze online expositie over het ontstaan en de professionalisering van de ziekenverzorgende.

Bekijk dit dossier

Kraamzorg thuis

In Nederland was thuis bevallen de normaalste zaak van de wereld, ook nadat in andere westerse landen de medicalisering van de geboorte toenam. Nederlandse vrouwen kregen hun baby lange tijd liever thuis dan in het ziekenhuis. De kraamzorg heeft dus een lange historie.Toch daalt het aantal thuisbevallingen aanzienlijk. Hoe gaat dat verder en wat betekent die afname voor het beroep van kraamverzorgende? In dit dossier vind je de geschiedenis van de kraamzorg vroeger en nu.

Hall of Fame

Wie zijn ze, die vrouwen en mannen uit de geschiedenis die het beroep van verpleegkundige en verzorgende groot gemaakt hebben? Natuurlijk kent iedereen Florence Nightingale wel, maar al die andere ambassadeurs en voorbeelden verdienen ook onze aandacht. Hier zijn ze!

Verplegen in de wijk

Wijkverpleging staat volop in de schijnwerpers. Vergrijzing en bezuiniging maken dat de thuiszorg op een andere manier georganiseerd moet worden. Huishoudelijke hulp komt bij gemeenten te liggen, terwijl verpleging en verzorging een taak van de wijkverpleging blijven. De roep om de ‘ouderwetse wijkverpleegster’ weerklinkt. De vraag is dan natuurlijk wat voor iemand dat was. Lees hier alles over de geschiedenis en historie van de wijkverpleging.

Verplegen in het ziekenhuis

Waar verplegen we de patiënt. Thuis of in het ziekenhuis? Tegenwoordig worden patiënten - onder andere uit kostenoverwegingen - eerder naar huis gestuurd dan 25 jaar geleden. Verpleegkundigen krijgen daarom steeds meer alleen met ernstige zieken te maken. Hoe was dat in de 19e en de 20e eeuw? Hoe zagen ziekenhuizen er uit? Bestonden verpleegkundigen al en wat deden ze toen? Lees hier alles over de geschiedenis en de historie van het ziekenhuis.

De GGZ

Mensen met psychische stoornissen blijven tegenwoordig zo lang mogelijk thuis wonen. Ze worden ambulant behandeld of zelfs via internet. Patiënten heten cliënten. Oppassers en bewaarders hebben plaatsgemaakt voor verpleegkundigen of verpleegkundig specialisten in de GGZ. Lees hier meer over de geschiedenis en de historie van de GGZ.

Verplegen in de Z

Eeuwenlang zijn termen voor verstandelijk gehandicapten en psychiatrische patiënten door elkaar gebruikt. De haast eindeloze opsomming varieert van zwakzinnigen tot idioten, debielen, imbecielen, achterlijken, onvolwaardigen, onmaatschappelijken, onnozelen, waanzinnigen, gekken en dwazen. Bij verstandelijk gehandicapten of zwakzinnigen is er altijd sprake van gebrekkige verstandelijke vermogens. Het is een groep die niet of moeilijk voor zichzelf kan zorgen. De kwetsbaarheid is gebleven, maar tegenwoordig spreken we over ‘mensen met mogelijkheden’. Hoe komt dat zo? Lees hier alles over de geschiedenis en historie van de zorg voor verstandelijk gehandicapten.

Gezinszorg

De professional die organisatorische taken in een gezin overneemt, heet sinds 1997 verzorgende of helpende. Ook namen als thuisbegeleidster, ouderenhelpster of gezinshulp komen voor. Ze zijn afgeleid van de beroepsbeoefenaren die vanaf begin 20e eeuw in de gezinsverzorging werkzaam waren. Zij waren de praktische vervangsters van moeders, die hun taken in het gezin niet konden vervullen. Er werden hoge eisen aan hen gesteld. Hoe is het beroep van huisverzorgster - zoals de gezinsverzorgende vroeger heette - veranderd? Lees hier alles over de geschiedenis en de historie van de gezinszorg.

1895 - 1945

Particulier initiatief

In de 19e eeuw was de zorg voor het gezin de taak van de moeder. Als zij ziek was, had dat vaak dramatische gevolgen. Het grootste risico liepen arme huishoudens waar de vader en moeder allebei moesten werken. Het inkomen viel weg en het huishouden ontspoorde. Om ontwrichting van die gezinnen te voorkomen, riepen vermogende particulieren vanaf 1895 verenigingen in het leven. De eerste was ‘Hulp in het Huisgezin’ in Deventer en daarna volgden initiatieven in andere steden in hoog tempo. Ook de verzuilde kruisverenigingen, die vanaf het eind van de 19e eeuw het licht zagen, richtten zich op verbetering van verzorging van het gezin.

<
>

Canon van de gezinszorg

Een overzicht van de lange geschiedenis van de gezinsverzorging.

Bekijk dit dossier

’Hulp in de Huishouding’

Deze helpster van de Katholieke Vereniging ‘Hulp in de Huishouding’ vervangt de moeder in het gezin. Ze schenkt koffie voor vader en verstelt tussen de bedrijven door het linnengoed met de Singer naaimachine. Het kindje kijkt onwennig naar deze rijzige dame in wit uniform.


Periode
  • Van 1939 tot 1940





<
>

Handnaaimachine

De komst van de naaimachine verlichtte het werk van gezinsverzorgsters enorm. Het stoppen van sokken en kousen bleef een hele klus, maar dankzij de handnaaimachines, waarvan het merk Singer buitengewoon populair was, konden intensieve naaiklussen en verstelwerk sneller uitgevoerd worden. Tijdens de opleiding kwam ...

... het werk met hand- of trapnaaimachine ook aan bod. Men moest stukjes in lakens, overalls of blousjes kunnen zetten, en geblokte of gebloemde stoffen op een goede manier kunnen verstellen.


Periode
  • Van 1880 tot 1940





<
>

Beantwoord deze vraag en ontdek welke themadossiers voor jou interessant zijn.

De voor jou geselecteerde dossiers verschijnen naast elkaar. Je kunt via het pijltje in de rode balk aan de zijkant van het dossier verder klikken.

Verberg Ontdek wat deze site jou te bieden heeft