Voortrekkers, pioniers en rolmodellen

De verpleegkunde heeft zich sinds 1850 ontwikkeld dankzij de werkkracht van duizenden vrouwen en mannen. Hun namen zijn onbekend. Soms waren er verpleegkundigen die vooruitstrevende ideeën hadden of die een nieuwe weg in durfden te slaan. Zij staken hun nek uit en staan daarmee aan de basis van nieuwe ontwikkelingen. In dit dossier geven we deze voortrekkers een podium. Lees hier wat deze pioniers betekend hebben voor de professionalisering van de verpleegkunde.

J. C. (Jeanne) van Lanschot Hubrecht (1865- 1918)

Jeanne van Lanschot Hubrecht was een kritische, strijdlustige verpleegster uit de begin periode van de professionalisering van het beroep. Ze was actief bij de vakbond Nosokómos, liet zich horen op het internationale podium en speelde een belangrijke rol bij de strijd voor vrouwenkiesrecht.

<
>

De loopbaan van Jeanne

Jeanne Carolina van Lanschot kwam op 18 juni 1865 in Breda ter wereld. Over haar jeugd en opleiding is weinig tot niets bekend. Haar opleiding heeft zij -waarschijnlijk - als la Soeur in Zwitserland gevolgd, in het tegenwoordige universitaire ziekenhuis van Lausanne. Van 1904 tot 1905 is Van Lanschot Hubrecht secretaresse van Nosokómos, de Nederlandse Vereniging tot Bevordering van de Belangen van Verpleegsters en Verplegers, opgericht in 1900. Nosokómos is de tegenhanger van de Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging die zeven jaar eerder, in 1893, is opgericht. Ondanks de tegenwerking van deze door artsen gedomineerde Bond groeit Nosokómos uit tot een krachtige en vooral kritische organisatie. Onder leiding van Van Lanschot Hubrecht ontwikkelen zich initiatieven als een eigen tijdschrift Nosokomos, een centraal bureau voor particuliere verpleging en een pensioenfonds. 

Na haar secretaresseschap publiceert zij tot 1912 meerdere artikelen in het orgaan van de Nederlandse Vereniging, Nosokómos (1900-1928) en pleit zij voor een soort particuliere opleiding waarmee zij heeft kennis gemaakt in het buitenland. Dit soort opleidingen waren echter duur en slechts weinig verpleegkundigen konden het lesgeld betalen. Tussen 1912 en 1916 wordt zij vier keer gekozen tot presidente van de Nosokómos. In die tijd pleit ze continu voor een staatsopleiding en staatsexamens voor de verpleging.

International 

In 1899 wordt de International Council of Nurses (ICN) opgericht. De Nederlandse verpleging wil graag lid worden van deze belangrijke organisatie en stuurt in 1907 zowel een delegatie van de Nederlandsche Bond als van Nosokómos – met Van Lanschot Hubrecht als één van de afgevaardigden. Er kan echter maar één organisatie per land lid zijn. De ICN kiest voor Nosokómos, omdat die bond uitsluitend bestuurd wordt door verplegers en verpleegsters zelf. Van Lanschot Hubrecht is vanaf dat moment internationaal in beeld en nauw betrokken bij de ICN. Zo wordt ze op 25 juli 1909 gekozen als secretaresse, onder Mrs. Hampton Robb, de voorzitter. Na de dood van Hampton Robb in 1910 neemt van Lanschot Hubrecht haar voorzitterschap over.

Vrouwenkiesrecht en vrede 

Naast haar werk voor de vakbond Nosokómos en de ICN is Van Lanschot ook actief in de beweging die zich sterk maakt voor het kiesrecht voor vrouwen. Samen met Aletta Jacobs, een goede vriendin, reist ze stad en land af om te pleiten voor vrouwenkiesrecht. Met haar rijzige gestalte is zij op foto’s uit die tijd meteen te herkennen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog steekt ze haar nek uit door openlijk te pleiten voor vrede. Ze is van mening dat medici en verpleegkundigen massaal werk zouden moeten weigeren om zo te oorlog te bekorten. Deze visie wordt haar bepaald niet in dank afgenomen door de medische en verpleegkundige beroepsgroep.

Sterke wil 

In 1918 sterft Van Lanschot Hubrecht in het Emma Kinderziekenhuis te Amsterdam, vermoedelijk aan de gevolgen van de Spaansche Griep. Volgens een vooraanstaand lid had de vakbond Nosokómos met haar dood haar ziel verloren. Door haar vroege overlijden heeft ze de doelen die ze nastreefde, zoals vrouwenkiesrecht en staatsinmenging in de verpleging, niet meer kunnen waarmaken. De vrouwenbeweging en Nosokómos verloren in 1918 een krachtige persoonlijkheid met een sterke wil om zaken die haars inziens onrechtvaardig of onacceptabel waren, te veranderen. Jeanne van Lanschot Hubrecht heeft met haar kritische instelling een onmisbare rol gespeeld in het bewustwordingsproces van de verpleegkundige beroepsgroep van verpleegkundigen.

<
>

Claartje van Aals (1922-1943)

Claartje van Aals was van 1940 tot 1943 verpleegster in het Joods psychiatrisch ziekenhuis 'Het Apeldoornsche Bosch'. Naarmate de oorlog vorderde, kwam Claartje, van joodse huize, steeds meer in het nauw. Patienten en personeel werden op 21 januari 1943 weggevoerd.  

<
>

De loopbaan van Claartje

Claartje van Aals, officieel Klara geheten, wilde als jong meisje al de verpleging in. Ze zag dat als haar roeping. Claartje, van liberaal-joodse komaf, was aanvankelijk te jong, maar in 1940 zag ze haar kans schoon en solliciteerde ze op 18-jarige leeftijd op een advertentie van het Apeldoornsche Bosch. Deze psychiatrische instelling, opgericht in 1909, was bestemd voor Joodse patiënten en hield zich volledig aan de Joodse rituelen. Het was een moderne inrichting met progressieve ideeën. Voor de Joodse Claartje van Aals was kiezen voor een Joodse instelling in 1940 de enige optie.

Zuster Van Aals

Vanuit Utrecht vertrok Claartje van Aals met de trein naar Apeldoorn. Haar oom, die in Apeldoorn woonde, begeleidde haar. Het was immers oorlog en een jong meisje alleen op reis was gevaarlijk.

Haar eerste dag in het ziekenhuis was spannend. Na een preek van de directeur mocht ze naar haar kamer in het zusterhuis, wat ze maar een ‘rotkamer’ vond. Er waren geen kasten om je spullen in op te bergen. Tijdens het middageten, zuurkool met een appel, werd Claartje van Aals meteen ingewijd in haar nieuwe functie: of zuster van Aals maar even wilde gaan staan! In de middag maakte ze kennis met de patiënten, wat een flinke schok voor haar was.

‘Ik word vast een goede verpleegster’

De eerste periode in het ziekenhuis had Claartje veel heimwee en moest ze regelmatig huilen. Het schrijven van brieven hielp haar door de moeilijke begintijd heen. Tegelijk genoot ze van het werk, ook al bestond dat nog vooral uit soppen en schoonmaken van kamers. Gaandeweg leerde ze het vak van verplegen, zoals dat er een scherm om het bed moest als ze een patiënt de po moest geven. Haar collega’s vonden haar lief en zorgzaam voor de patiënten. Op haar vrije dag ging de levenslustige Claartje in haar eentje op pad, wat ze erg saai vond. Tijdens zo’n uitje kwam ze erachter dat het voor Joden verboden was om naar de bioscoop te gaan. Het was een van de eerste uitingen van het weren van Joden uit het openbare leven.

Deportatie 

Naarmate de tijd vorderde, kwam de dreiging van de deportatie dichterbij. De verboden voor Joden, de razzia’s in Amsterdam en de bombardementen namen toe. Claartje volgde dit nieuws op de voet. Tussen de dagelijkse bezigheden door begon ze zich ernstig zorgen de maken en de angst om wat er met de Joden in Amsterdam gebeurde, greep haar naar de keel. Vanaf maart 1942 vertrok het niet-Joodse personeel uit het Apeldoornsche Bosch om vervangen te worden door Joodse medewerkers. Enkele maanden later naaide Claartje de Jodenster op haar jas en moest ze haar fiets inleveren. Deportatie was nog een kwestie van tijd en Claartje vroeg zich regelmatig af wanneer ze naar Polen getransporteerd zouden worden. Op 21 januari 1943 was het zover. ‘Vandaag gaan we foetsie’, schreef Claartje in de laatste brief aan haar vriendin. Samen met 1.023 patiënten en 46 personeelsleden werd zuster van Aals via kamp Westerbork gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Op 5 februari 1943 kwam ze daar om.

Twee vriendinnen

Dat we het verhaal van zuster van Aals zo gedetailleerd weten, komt omdat Claartje een fervent brievenschrijfster was. Dat hielp haar de heimwee te verdrijven. Dagelijks schreef ze lange epistels aan Aagje Kaagman, haar hartsvriendin in Utrecht. Bij de 50-jarige herdenking van de ontruiming van het Apeldoornsche Bosch kwam er voor het eerst openlijk aandacht voor de deportatie uit 1943. Suzette Wijers maakte de documentaire ‘Het Apeldoornsche Bosch’ en gebruikte hierbij enkele brieven, die door Aagje Kaagman zorgvuldig waren bewaard. De overgebleven brieven heeft de documentairemaakster vervolgens verwerkt in het indrukkende boekje ‘Als ik wil kan ik duiken…Brieven van Claartje van Aals, verpleegster in de Joods psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bosch, 1940-1943’. De verpleging is Aagje Kaagman dankbaar dat ze de briefwisseling met Claartje van Aals bewaard én vrijgegeven heeft.

<
>

Jan Bastiaanse (1950-1997)

Jan Bastiaanse werkte als verpleegkundige lange tijd in het ziekenhuis, waar hij zich inzette voor Integrerend Verplegen. In 1993 werd hij de eerste directeur van het Landelijk Centrum Verpleging en Verzorging, het LCVV. Hij vond dat de oprichting van het LCVV een mijlpaal in de geschiedenis van de verpleging.

<
>

Home

Welkom op de website van het Florence Nightingale Instituut. Hier vind je allerlei themadossiers over de geschiedenis van de verpleging en verzorging. Ontdek hoe het vak zich door de jaren heen ontwikkeld heeft. Maak kennis met belangrijke vrouwen uit het vak. En deel deze informatie met anderen.

Canon

Bekijk hier de tijdlijn van de geschiedenis van de verpleging en verzorging, van 1800 tot nu

Bekijk dit dossier

Opdrachten voor het onderwijs

Speciaal voor MBO- en HBO studenten: ruim 20 educatieve opdrachten over de geschiedenis van de zorg

Bekijk dit dossier

Katholieke ziekenzorg

Katholieke religieuzen verpleegden zieken vanuit roeping en hadden tot de jaren ‘60 een belangrijk aandeel in de ziekenverpleging.

Bekijk dit dossier

Top 25

Stoere vrouwen en een man in de zorg. Onze top 25 van vastberaden en doortastende verpleegkundigen.

Bekijk dit dossier

Kraamzorg thuis

In Nederland was thuis bevallen de normaalste zaak van de wereld, ook nadat in andere westerse landen de medicalisering van de geboorte toenam. Nederlandse vrouwen kregen hun baby lange tijd liever thuis dan in het ziekenhuis. De kraamzorg heeft dus een lange historie.Toch daalt het aantal thuisbevallingen aanzienlijk. Hoe gaat dat verder en wat betekent die afname voor het beroep van kraamverzorgende? In dit dossier vind je de geschiedenis van de kraamzorg vroeger en nu.

Hall of Fame

Wie zijn ze, die vrouwen en mannen uit de geschiedenis die het beroep van verpleegkundige en verzorgende groot gemaakt hebben? Natuurlijk kent iedereen Florence Nightingale wel, maar al die andere ambassadeurs en voorbeelden verdienen ook onze aandacht. Hier zijn ze!

Verplegen in de wijk

Wijkverpleging staat volop in de schijnwerpers. Vergrijzing en bezuiniging maken dat de thuiszorg op een andere manier georganiseerd moet worden. Huishoudelijke hulp komt bij gemeenten te liggen, terwijl verpleging en verzorging een taak van de wijkverpleging blijven. De roep om de ‘ouderwetse wijkverpleegster’ weerklinkt. De vraag is dan natuurlijk wat voor iemand dat was. Lees hier alles over de geschiedenis en historie van de wijkverpleging.

Verplegen in het ziekenhuis

Waar verplegen we de patiënt. Thuis of in het ziekenhuis? Tegenwoordig worden patiënten - onder andere uit kostenoverwegingen - eerder naar huis gestuurd dan 25 jaar geleden. Verpleegkundigen krijgen daarom steeds meer alleen met ernstige zieken te maken. Hoe was dat in de 19e en de 20e eeuw? Hoe zagen ziekenhuizen er uit? Bestonden verpleegkundigen al en wat deden ze toen? Lees hier alles over de geschiedenis en de historie van het ziekenhuis.

De GGZ

Mensen met psychische stoornissen blijven tegenwoordig zo lang mogelijk thuis wonen. Ze worden ambulant behandeld of zelfs via internet. Patiënten heten cliënten. Oppassers en bewaarders hebben plaatsgemaakt voor verpleegkundigen of verpleegkundig specialisten in de GGZ. Lees hier meer over de geschiedenis en de historie van de GGZ.

Verplegen in de Z

Eeuwenlang zijn termen voor verstandelijk gehandicapten en psychiatrische patiënten door elkaar gebruikt. De haast eindeloze opsomming varieert van zwakzinnigen tot idioten, debielen, imbecielen, achterlijken, onvolwaardigen, onmaatschappelijken, onnozelen, waanzinnigen, gekken en dwazen. Bij verstandelijk gehandicapten of zwakzinnigen is er altijd sprake van gebrekkige verstandelijke vermogens. Het is een groep die niet of moeilijk voor zichzelf kan zorgen. De kwetsbaarheid is gebleven, maar tegenwoordig spreken we over ‘mensen met mogelijkheden’. Hoe komt dat zo? Lees hier alles over de geschiedenis en historie van de zorg voor verstandelijk gehandicapten.

Gezinszorg

De professional die organisatorische taken in een gezin overneemt, heet sinds 1997 verzorgende of helpende. Ook namen als thuisbegeleidster, ouderenhelpster of gezinshulp komen voor. Ze zijn afgeleid van de beroepsbeoefenaren die vanaf begin 20e eeuw in de gezinsverzorging werkzaam waren. Zij waren de praktische vervangsters van moeders, die hun taken in het gezin niet konden vervullen. Er werden hoge eisen aan hen gesteld. Hoe is het beroep van huisverzorgster - zoals de gezinsverzorgende vroeger heette - veranderd? Lees hier alles over de geschiedenis en de historie van de gezinszorg.

1895 - 1945

Particulier initiatief

In de 19e eeuw was de zorg voor het gezin de taak van de moeder. Als zij ziek was, had dat vaak dramatische gevolgen. Het grootste risico liepen arme huishoudens waar de vader en moeder allebei moesten werken. Het inkomen viel weg en het huishouden ontspoorde. Om ontwrichting van die gezinnen te voorkomen, riepen vermogende particulieren vanaf 1895 verenigingen in het leven. De eerste was ‘Hulp in het Huisgezin’ in Deventer en daarna volgden initiatieven in andere steden in hoog tempo. Ook de verzuilde kruisverenigingen, die vanaf het eind van de 19e eeuw het licht zagen, richtten zich op verbetering van verzorging van het gezin.

<
>

Canon van de gezinszorg

Een overzicht van de lange geschiedenis van de gezinsverzorging.

Bekijk dit dossier

’Hulp in de Huishouding’

Deze helpster van de Katholieke Vereniging ‘Hulp in de Huishouding’ vervangt de moeder in het gezin. Ze schenkt koffie voor vader en verstelt tussen de bedrijven door het linnengoed met de Singer naaimachine. Het kindje kijkt onwennig naar deze rijzige dame in wit uniform.


Periode
  • Van 1939 tot 1940





<
>

Handnaaimachine

De komst van de naaimachine verlichtte het werk van gezinsverzorgsters enorm. Het stoppen van sokken en kousen bleef een hele klus, maar dankzij de handnaaimachines, waarvan het merk Singer buitengewoon populair was, konden intensieve naaiklussen en verstelwerk sneller uitgevoerd worden. Tijdens de opleiding kwam ...

... het werk met hand- of trapnaaimachine ook aan bod. Men moest stukjes in lakens, overalls of blousjes kunnen zetten, en geblokte of gebloemde stoffen op een goede manier kunnen verstellen.


Periode
  • Van 1880 tot 1940





<
>

Beantwoord deze vraag en ontdek welke themadossiers voor jou interessant zijn.

De voor jou geselecteerde dossiers verschijnen naast elkaar. Je kunt via het pijltje in de rode balk aan de zijkant van het dossier verder klikken.

Verberg Ontdek wat deze site jou te bieden heeft