Nannie Blogt

Onze directeur drs. Nannie Wiegman, historicus en verpleegkundige van huis uit, blogt regelmatig. Dit gebeurt meestal naar aanleiding van actuele ontwikkelingen die zij in haar blog becommentarieert en in historisch perspectief plaatst.

2018

Nannie Wiegman

Directeur Florence Nightingale Instituut

Ode aan 12 mei

Nannie's blog - mei 2018

Met de arbeidsmarkt voor verpleegkundigen en verzorgenden gaat het op en neer. Was er tot voor kort een overschot en vielen er ontslagen, inmiddels moeten instellingen alles uit de kast halen om goed personeel te vinden. Die golfbeweging heet de varkenscyclus en is kenmerkend voor de zorgberoepen.

Wie wil er nog aan het bed staan?

Begin jaren ’60 zaten directies van ziekenhuizen ook met de handen in het haar. Het tekort aan verpleegsters, zoals ze toen nog heetten, was overal voelbaar. Vrouwen kozen liever voor een baan met meer glamour en carrièremogelijkheden dan voor een functie aan het bed. Wat moest er gebeuren om vrouwen en meisjes weer te interesseren voor het nobele beroep van verpleegster?

De geboortedag van Florence

De Publiciteitscommissie van de toenmalige beroepsorganisatie, de Federatie, wist raad en riep in 1964 12 mei uit tot de landelijke Dag van de Verpleging. Die datum was de geboortedag van Florence Nightingale en dus niet toevallig gekozen. Een jaar eerder had de International Council of Nurses, de ICN, deze dag al uitgeroepen tot ‘Nurses Day’. Het bleek een uitgelezen moment om het verpleegstersberoep onder de aandacht van het brede publiek te brengen. Doel van de Dag van de Verpleging was reflectie op het eigen beroep en deskundigheidsbevordering.

Aandacht voor de verpleging

Alle registers werden opengetrokken om die eerste Nederlandse dag in 1964 tot een succes te maken. Een week lang stond het beroep van verpleegkundige centraal in tal van radioprogramma’s. Coryfeeën uit de verpleging zoals de zusters Hörchner en Quanjer werden geïnterviewd over thema’s als de opleiding en de relatie arts-verpleegkundige. Ineens was er in het hele land aandacht voor de verpleging.

Het hijsen van de vlag

Absoluut hoogtepunt was het hijsen van de vlag van de Dag van de Verpleging op het terrein van psychiatrisch ziekenhuis Brinkgreven in Deventer. De medewerkers hadden het patroon voor de vlag zelf bedacht. Deze 12 mei-vlag wapperde jarenlang op het dak van menig ziekenhuis. Inmiddels is hij vervangen door een moderner exemplaar en kan ook de Dag van de Verpleging zich verheugen in hernieuwde aandacht. Ook de doelstelling uit 1964, namelijk de promotie van het verpleegkundig beroep, is in 2018 meer dan actueel. En 12 mei, de geboortedag van Florence, blijven we vieren tot in lengte van dagen. Gewoon, omdat het een prachtige ode is verpleegkundigen en verzorgenden.

<
>

Nannie Wiegman

Directeur Florence Nightingale Instituut

Zo’n valse start

Nannie's blog - januari 2018

Als het gaat om eenheid binnen de beroepsgroep van verpleegkundigen en verzorgenden, kunnen we in Nederland nog wat leren van de landen om ons heen, wordt vaak gezegd. De Scandinavische landen, de Britten, de Amerikanen: ze hebben allen beroepsorganisaties van meer dan een eeuw oud.

In Nederland waren we er ook vroeg bij en hadden we in 2018 een beroepsorganisatie met de respectabele leeftijd van 125 jaar kunnen hebben. Maar waarom liep dit anders?

21 januari 1893

De ‘Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging’ werd op 21 januari 1893, dit jaar precies 125 jaar geleden, opgericht. Jeltje de Bosch Kemper, zelf geen verpleegster, maar wel een warm pleitbezorgster voor goede verpleging, zat de vergadering voor, die plaatsvond in haar statige woonhuis in Amsterdam. Samen met Anna Reynvaan, adjunct-directrice in het Wilhelmina Gasthuis, had De Bosch Kemper een jaar eerder in 1892 het eerste verpleegkundig congres georganiseerd én voorgezeten als presidente, een noviteit. En in 1890 hadden beide dames de aanzet gegeven voor de oprichting van het Maandblad voor Ziekenverpleging, nu nog steeds in druk als Tijdschrift voor Verpleegkundigen. Kortom, je mag zeggen dat Anna en Jeltje er vroeg bij waren als het gaat om het verpleegkundig beroep in Nederland stevig op de kaart te zetten. Een eigen Bond zou een volgende stap zijn.

7 dames en 16 heren

Hoe komt het dat deze Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging, zo goed voorbereid, toch niet dé beroepsorganisatie is geworden en dus ook in 2018 niet haar 125-jarig bestaan viert? Om daar zicht op te krijgen, is het belangrijk te kijken wie bij de oprichting aanwezig waren en welke belangen men had. Present waren 7 dames en 16 heren. 5 van de 7 dames waren freule of jonkvrouw. Zij hadden geen verpleegervaring en waren als ambassadeur voor beschaafde ziekenverpleging aanwezig. Alleen Anna Reynvaan, adjunct-directrice in het Wilhelmina Gasthuis en mej. Cort van der Linden, adjunct-directrice in het Binnen Gasthuis, kenden de ziekenverpleging vanuit de praktijk. Hun verpleegervaring was wel beperkt. Ze hadden een 1-jarige Witte Kruisopleiding genoten, die vooral theoretisch van aard was. Beide adjunct-directrices hielden het ziekenhuis draaiende als een goed geoliede machine. Die ervaring hadden ze opgedaan in de grote patricische huishoudens waarin ze opgegroeid waren. Hun drijfveer was dat er orde, netheid en regelmaat op de zalen en bij het personeel heerste. Behalve de 7 dames, waren er die avond 16 heren aanwezig. Allen waren geneesheer-directeur van toonaangevende ziekenhuizen:10 vertegenwoordigden de Amsterdamse ziekenhuizen, 2 kwamen uit Utrecht en 4 directeuren waren aanwezig uit ’s Gravenhage, Rotterdam, Arnhem en Leeuwarden. Nog 11 geneesheer-directeuren en mevrouw Coenen-Hooijer, adjunct-directrice van het Amsterdamse Burger Ziekenhuis, hadden zich afgemeld.

De stand van de verpleging

Op de agenda stonden 2 punten: de exameneisen voor verpleegsters en ‘de wenschelijkheid tot het oprichten van een Bond van belangstellenden in ziekenverpleging’. De discussie over de exameneisen nam veel tijd in beslag en liet zien hoe ingewikkeld een en ander lag. Het draaide allemaal om het opkrikken van het te lage peil van de ziekenverpleging. Daar hadden vooral de artsen en ziekenhuizen baat bij. De discussie werd uitsluitend gevoerd door de directeuren. Op de voorzitter na zeiden de aanwezige dames geen woord, ook Anna Reynvaan niet. Bij het tweede agendapunt, de oprichting van de Bond, beheersten de geneesheren eveneens de discussie. Ze waren niet enthousiast over de plannen. Kwamen organisaties als het Witte Kruis en het Rode Kruis hiermee niet in de gevarenzone? En was er wel voldoende onderzocht of er behoefte was aan zo’n nieuwe Bond? Een van de weinige voorstanders, dr. Van Deventer, bepleitte juist de voordelen. Volgens hem kon met behulp van de Bond het grote probleem van opleiding en examen van verpleegsters opgelost worden en het peil van de verpleging op een hoger plan getild worden. Na Van Deventer’s pleidooi barstte er een kakofonie van reacties los, die uiteindelijk weinig te maken had met de oprichting van de Bond. Door krachtig ingrijpen van voorzitter De Bosch Kemper werd uiteindelijk met algemene stemmen besloten tot oprichting van de Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging.

Tegengestelde belangen

Wat de oprichting van deze vroege Bond duidelijk maakte, was het chaotische stadium waarin de ziekenverpleging zich op dat moment bevond. Er was in korte tijd grote behoefte ontstaan aan opgeleide verpleegsters. Bestaande organisaties als het Witte Kruis en het Rode Kruis konden de stroom examenkandidaten niet aan. Ziekenhuizen zaten te springen om verpleegsters en organiseerden dus maar hun eigen opleidingen. Eenheid binnen opleiding en examen was ver te zoeken. Dat bracht de ziekenhuizen als instellingen in een kwetsbare positie. Het was die dreiging die maakte dat geneesheren zich vooral zorgen maakte over het imago van hun ziekenhuis. Zij vonden dat zo’n nieuwe Bond er wel mocht komen, maar alleen als daarmee de verpleging in hun ziekenhuis op een hoger plan kwam. Of dat de verpleegsters als persoon ten goede kwam, speelde daarbij geen rol. Met uitzondering van dr. Van Deventer lag de compassie van medici vooralsnog bij hun ziekenhuis en niet bij het wel en wee van de verpleegster. Voor Jeltje de Bosch Kemper en Anna Reynvaan was de uitkomst dan ook een teleurstelling. Zij wilden ook de kwaliteit van de verpleging verbeteren, maar met behulp van tevreden verpleegsters. Voor dat proces hadden ze de beroepsgroep zelf en dus de Bond nodig.

Een valse start

Die tegengestelde belangen, het instituut ziekenhuis aan de ene kant en het welzijn van de verpleegster zelf aan de andere kant, zorgden ervoor dat de nieuwe Bond op 2 gedachten hinkte. Het initiatief van een Bond die voor eendracht en eenheid moest zorgen, werd op 21 januari 1893 bij aanvang in de kiem gesmoord. En dus vieren we in Nederland in 2018 niet het 125-jarig bestaan van de eerste beroepsorganisatie. De start was al vals.

<
>
2017

Nannie Wiegman

Directeur Florence Nightingale Instituut

Het belang van identiteit

Nannie's blog - november 2017
Wie had gedacht dat een berichtje op Facebook 6.200 reacties zou opleveren? Wij niet! Het was vooral de afbeelding van het mooie insigne van de ziekenverzorgenden dat deze beroepsgroep op de been bracht. Duidelijk is dat zo’n insigne alles te maken heeft met identiteit.

De nieuwe beroepsprofielen voor verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen en verzorgenden IG staan voor de deur. Het heeft lang geduurd en er is veel over vergaderd. Zoals het er nu naar uitziet, krijgen we in 2024 te maken met 2 soorten verpleegkundigen: de MBO-opgeleide of basisverpleegkundige en de HBO-opgeleide of regieverpleegkundige. Onlangs deelde V&VN mee dat de 'meeste V&VN-leden positief [zijn] over nieuwe beroepsprofielen'. Het ligt iets ingewikkelder. Van de achterbanraadpleging onder 6.450 deelnemers hebben er bijna 1.000 gereageerd, waarvan zo’n 76% positief. Dat betekent dat 12% van de achterbanraadpleging zich positief over de nieuwe beroepstitels heeft uitgesproken. Gelukkig wordt in diezelfde peiling nadrukkelijk gepleit voor een overgangsregeling. Iedereen moet ruim de tijd krijgen om zich te laten herregisteren in een van twee beroepsgroepen. En dat is een goed advies getuige een recente gebeurtenis.

Zomaar een insigne 

Toen ik deze zomer een berichtje postte op de FNI-facebookpagina, vermoedde ik geen moment wat de reactie zou zijn. Ik plaatste een foto van het insigne van de ziekenverzorgenden om de inwerking treding van de ‘Wet op de Ziekenverzorgers en Ziekenverzorgsters’ op 15 juli 1965 te markeren. Het is een prachtig insigne, groot, kleurig en met een rijke symboliek: de witte lelie verwijst naar barmhartigheid, het kruis naar de macht van Christus en de rank naar de hoop en het eeuwige leven. Hier is indertijd goed over nagedacht.

Trotse ziekenverzorgenden

Insignes doen het over het algemeen goed op de sociale media. Vooral bij de in-service opgeleide verpleegkundigen, - en dat zijn er nog steeds heel veel, - komt bij het zien van hun insigne de herinnering aan hun opleidingstijd en aan het ziekenhuis waar ze dat deden, weer naar boven. Prachtige reacties zijn vaak het gevolg. Maar zo massaal als de ziekenverzorgenden reageerden bij het zien van ‘hun’ insigne, was ongekend. Het bericht werd niet alleen 1.081 keer gedeeld, het riep ook ruim 6.200 schriftelijke reacties op.

Het lezen van al die opmerkingen doe je niet op een slaperige zondagmiddag. Vooral niet omdat de aard van al die spontane reacties sterk uiteenliep. Het overgrote deel van de opmerkingen straalde een enorme beroepstrots uit. Ze waren trots op dat kleurrijke insigne en blij met hun degelijke opleiding. Het insigne lag bij de meesten nog zorgvuldig opgeborgen in de kast, samen met het diploma. De reacties gingen natuurlijk gepaard met talloze foto’s van het kleinood, vaak nog in het originele doosje van de firma Begeer. Ziekenverzorgenden hebben een duidelijke en herkenbare identiteit.

Teleurgesteld en gefrustreerd

Maar behalve trots was er ook een ander geluid te horen. Veel ziekenverzorgenden zijn nog steeds teleurgesteld en gefrustreerd over wat er in de jaren ’90 met hun beroep gebeurde. Immers, met een degelijke opleiding op zak en een schat aan ervaring werden ziekenverzorgenden in het nieuwe Samenhangend Stelsel in 1996 ingedeeld in niveau 3 en niet bij de verpleegkundigen in niveau 4. Dat zorgde voor frustratie. En de verhouding tussen ziekenverzorgenden en verpleegkundigen was vanaf 1965 toch al moeizaam. Ziekenverzorgenden werden gereduceerd tot hulpje van de verpleegkundige en verpleegkundigen op hun beurt voedden die gevoelens. In 1969 constateerde een arts dat ‘sommige verpleegkundigen een discriminerende houding hadden ten opzichte van verzorgenden’. Frustraties waren het gevolg omdat hun identiteit op het spel stond.

Nieuwe beroepsprofielen 

Wat is nu eigenlijk de betekenis van zo’n simpel facebookbericht met een foto van een insigne? Moeten we van deze geschiedenis aan de vooravond van weer zo’n belangrijke verandering niet iets leren? Een opleiding, een diploma en een insigne bepalen de identiteit van een verpleegkundige in het veld. Niemand zit te wachten op gefrustreerde en teleurgestelde verpleegkundigen. Integendeel, de patiënt heeft juist belang bij een gemotiveerde en trotse beroepsgroep. Nu opnieuw aan de identiteit van verpleegkundigen wordt gemorreld, is het zaak om een goede overgangsregeling te plannen en veel energie te steken in het voorlichten en meenemen van de MBO- en HBO-verpleegkundige. Zij hebben dat verdiend en de patiënt ook.

 

<
>

Home

Welkom op de website van het Florence Nightingale Instituut. Hier vind je allerlei themadossiers over de geschiedenis van de verpleging en verzorging. Ontdek hoe het vak zich door de jaren heen ontwikkeld heeft. Maak kennis met belangrijke vrouwen uit het vak. En deel deze informatie met anderen.

Canon

Bekijk hier de tijdlijn van de geschiedenis van de verpleging en verzorging, van 1800 tot nu

Bekijk dit dossier

<
>

Opdrachten voor het onderwijs

Speciaal voor MBO- en HBO studenten: ruim 20 educatieve opdrachten over de geschiedenis van de zorg

Bekijk dit dossier

<
>

Kraamzorg thuis

In Nederland was thuis bevallen de normaalste zaak van de wereld, ook nadat in andere westerse landen de medicalisering van de geboorte toenam. Nederlandse vrouwen kregen hun baby lange tijd liever thuis dan in het ziekenhuis. De kraamzorg heeft dus een lange historie.Toch daalt het aantal thuisbevallingen aanzienlijk. Hoe gaat dat verder en wat betekent die afname voor het beroep van kraamverzorgende? In dit dossier vind je de geschiedenis van de kraamzorg vroeger en nu.

Hall of Fame

Wie zijn ze, die vrouwen en mannen uit de geschiedenis die het beroep van verpleegkundige en verzorgende groot gemaakt hebben? Natuurlijk kent iedereen Florence Nightingale wel, maar al die andere ambassadeurs en voorbeelden verdienen ook onze aandacht. Hier zijn ze!

Verplegen in de thuiszorg

Thuiszorg is een koepelbegrip dat wijkverpleging, gezinszorg, kraamverzorging, ouderenzorg en zorg voor chronisch zieken en gehandicapten omvat. Nu ingrijpende wijzigingen in de zorg voor de deur staan, leidt het begrip thuiszorg nogal eens tot spraakverwarring.Hier lees je meer over de geschiedenis en historie van de thuiszorg.

Verplegen in de wijk

Wijkverpleging staat volop in de schijnwerpers. Vergrijzing en bezuiniging maken dat de thuiszorg op een andere manier georganiseerd moet worden. Huishoudelijke hulp komt bij gemeenten te liggen, terwijl verpleging en verzorging een taak van de wijkverpleging blijven. De roep om de ‘ouderwetse wijkverpleegster’ weerklinkt. De vraag is dan natuurlijk wat voor iemand dat was. Lees hier alles over de geschiedenis en historie van de wijkverpleging.

Verplegen in het ziekenhuis

Waar verplegen we de patiënt. Thuis of in het ziekenhuis? Tegenwoordig worden patiënten - onder andere uit kostenoverwegingen - eerder naar huis gestuurd dan 25 jaar geleden. Verpleegkundigen krijgen daarom steeds meer alleen met ernstige zieken te maken. Hoe was dat in de 19e en de 20e eeuw? Hoe zagen ziekenhuizen er uit? Bestonden verpleegkundigen al en wat deden ze toen? Lees hier alles over de geschiedenis en de historie van het ziekenhuis.

De GGZ

Mensen met psychische stoornissen blijven tegenwoordig zo lang mogelijk thuis wonen. Ze worden ambulant behandeld of zelfs via internet. Patiënten heten cliënten. Oppassers en bewaarders hebben plaatsgemaakt voor verpleegkundigen of verpleegkundig specialisten in de GGZ. Lees hier meer over de geschiedenis en de historie van de GGZ.

Verplegen in de Z

Eeuwenlang zijn termen voor verstandelijk gehandicapten en psychiatrische patiënten door elkaar gebruikt. De haast eindeloze opsomming varieert van zwakzinnigen tot idioten, debielen, imbecielen, achterlijken, onvolwaardigen, onmaatschappelijken, onnozelen, waanzinnigen, gekken en dwazen. Bij verstandelijk gehandicapten of zwakzinnigen is er altijd sprake van gebrekkige verstandelijke vermogens. Het is een groep die niet of moeilijk voor zichzelf kan zorgen. De kwetsbaarheid is gebleven, maar tegenwoordig spreken we over ‘mensen met mogelijkheden’. Hoe komt dat zo? Lees hier alles over de geschiedenis en historie van de zorg voor verstandelijk gehandicapten.

Gezinszorg

De professional die organisatorische taken in een gezin overneemt, heet sinds 1997 verzorgende of helpende. Ook namen als thuisbegeleidster, ouderenhelpster of gezinshulp komen voor. Ze zijn afgeleid van de beroepsbeoefenaren die vanaf begin 20e eeuw in de gezinsverzorging werkzaam waren. Zij waren de praktische vervangsters van moeders, die hun taken in het gezin niet konden vervullen. Er werden hoge eisen aan hen gesteld. Hoe is het beroep van huisverzorgster - zoals de gezinsverzorgende vroeger heette - veranderd? Lees hier alles over de geschiedenis en de historie van de gezinszorg.

1895 - 1945

Particulier initiatief

In de 19e eeuw was de zorg voor het gezin de taak van de moeder. Als zij ziek was, had dat vaak dramatische gevolgen. Het grootste risico liepen arme huishoudens waar de vader en moeder allebei moesten werken. Het inkomen viel weg en het huishouden ontspoorde. Om ontwrichting van die gezinnen te voorkomen, riepen vermogende particulieren vanaf 1895 verenigingen in het leven. De eerste was ‘Hulp in het Huisgezin’ in Deventer en daarna volgden initiatieven in andere steden in hoog tempo. Ook de verzuilde kruisverenigingen, die vanaf het eind van de 19e eeuw het licht zagen, richtten zich op verbetering van verzorging van het gezin.

<
>

Canon van de gezinszorg

Een overzicht van de lange geschiedenis van de gezinsverzorging.

Bekijk dit dossier

’Hulp in de Huishouding’

Deze helpster van de Katholieke Vereniging ‘Hulp in de Huishouding’ vervangt de moeder in het gezin. Ze schenkt koffie voor vader en verstelt tussen de bedrijven door het linnengoed met de Singer naaimachine. Het kindje kijkt onwennig naar deze rijzige dame in wit uniform.


Titel
  • Helpster van ’Hulp in de Huishouding’

Periode
  • Van 1939 tot 1940





<
>

Handnaaimachine

De komst van de naaimachine verlichtte het werk van gezinsverzorgsters enorm. Het stoppen van sokken en kousen bleef een hele klus, maar dankzij de handnaaimachines, waarvan het merk Singer buitengewoon populair was, konden intensieve naaiklussen en verstelwerk sneller uitgevoerd worden. Tijdens de opleiding kwam ...

... het werk met hand- of trapnaaimachine ook aan bod. Men moest stukjes in lakens, overalls of blousjes kunnen zetten, en geblokte of gebloemde stoffen op een goede manier kunnen verstellen.


Titel
  • Handnaaimachine gebruikt in de gezinsverzorging

Periode
  • Van 1880 tot 1940





<
>

Beantwoord deze vraag en ontdek welke themadossiers voor jou interessant zijn.

De voor jou geselecteerde dossiers verschijnen naast elkaar. Je kunt via het pijltje in de rode balk aan de zijkant van het dossier verder klikken.

Verberg Voor jou, omdat je de blogs van Nannie wilt lezen