Marianne Van Driel Krol (1920-2003)

Levensloop
Marianne van Driel Krol wordt in 1920 in Haarlem geboren. Haar studie medicijnen kan zij door de Tweede Wereldoorlog niet afmaken en daarom begint ze in 1946 op 26-jarige leeftijd aan de Opleiding Ziekenverpleging A in het Elisabeth Ziekenhuis in Haarlem. Ze haalt daar ook haar kraamaantekening. Na haar A-opleiding volgt ze de B-opleiding en een opleiding tot wijkverpleegkundige in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam.
Carrière
Na het behalen van haar diploma’s werkt als districtverpleegkundige voor tuberculosebestrijding in IJmuiden. Aan het eind van de jaren vijftig maakt ze de overstap als docente naar het verpleegkundig onderwijs en werkt ze twee jaar als hoofdverpleegster-docente in ‘Meer en Bosch’ in Heemstede.
Na haar tijd in het onderwijs volgt een Bondsperiode waarin zij veel internationale contacten legt. In 1955 wordt Van Driel Krol voorzitter van het hoofdbestuur van de Nationale Bond van Verplegenden en in datzelfde jaar wordt zij gekozen als lid van bestuur van de International Council of Nurses (ICN). Vanaf 1961 bekleedt zij een landelijke functie als beleidsmedewerkster bij de Federatie, de toenmalige koepelorganisatie van de drie beroepsorganisaties in Nederland.
Van 1968 tot 1972 werkt Van Driel Krol voor de overheid. In 1968 wordt zij gevraagd als hoofd van de afdeling Verplegende en Verzorgende Beroepen bij het Staatstoezicht op de Volksgezondheid. Ze vindt de lijn van de Inspectie echter te vaag en daarom wordt zij in 1972 verpleegkundig directeur in het Dijkzigtziekenhuis in Rotterdam, nu het Erasmus Medisch Centrum. In 1975 wordt ze gevraagd als secretaris van de Centrale Raad, nu de RVZ. Ook hier is haar echter geen lang leven beschoren, zij neemt ontslag omdat zij vindt dat ze teveel tegenwerking van sommige specialisten ondervindt.
Van 1974 tot aan haar pensionering in 1985 is zij secretaris voor de Vaste Commissie Verpleging van de toenmalige Centrale Raad voor de Volksgezondheid.
In januari 1985 ontvangt zij de Koninklijke onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Vijftien jaar later, in 2000, benoemt de beroepsorganisatie voor de verpleging NU’91 haar tot erelid. Dit erelidmaatschap krijgt zij op grond van haar verdiensten voor de beroepsorganisatie en voor de verpleging.
Persoonlijkheid en visie
Van Driel Krols visie is dat de verpleegkundige zorg is gebaseerd op de integrale benadering van de zorgvrager. Daarom zet zij zich tijdens haar werkzame leven in voor één brede basisopleiding voor verpleegkundigen. De positie van verpleegkundigen ligt Van Driel Krol na aan het hart en zij pleit dan ook voor een wettelijk kader voor verpleegkundigen. Haar ‘Taak van de Verpleegkundige’, geschreven als advies van de Centrale Raad, is de opstap naar het eerste ‘Profiel van de Verpleegkundige’ en rapporten over de juridische aspecten van de beroepsuitoefening. Deze rapporten hebben, mede vanwege haar inzet, uiteindelijk geleid tot regelgeving in de Wet BIG, de Wet op Beroepsuitoefening Individuele Gezondheidszorg. Het gevolg van deze wet was een maatschappelijke legitimering van de verpleegkunde en verpleegkundigen.
Bevlogen en professioneel
In 2003 stierf Marianne Van Driel Krol op 83-jarige leeftijd. Haar leven kenmerkte zich door een enthousiaste betrokkenheid met de verpleegkunde, gecombineerd met een visionaire houding op wetenschappelijke basis. Haar initiatieven op het gebied van wet- en regelgeving zijn doorslaggevend geweest voor de manier waarop het verpleegkundig beroep zich in de twintigste eeuw ontwikkeld heeft. Zij is tot het laatst actief gebleven binnen de beroepsgroep en daarmee een inspirerend voorbeeld voor vele verpleegkundigen geweest. .
print pagina






