Banner foto

Aafke Gesina van Hulst (1868-1930)

Aafke Gesina van Hulst
Aafke Gesina van Hulst kan met recht de pionier van de wijkverpleging in Nederland genoemd worden. In 1894 begon zij de wijkverpleging op de kaart te zetten. Twee jaar later richtte zij een vereniging op die in 1902 aansluiting vond bij de snel groeiende organisatie het Groene Kruis. Aan dat Groene Kruis heeft zij haar hart verpand en met veel toewijding en een stuk eigenwijsheid deze vereniging op de kaart gezet in Harlingen, in de rest van Friesland en later in heel Nederland. Deze tegendraadse vrouw had een groot gevoel van sociale rechtvaardigheid en richtte zich op het buitenland voor inspiratie. Met haar initiatieven was ze haar tijd ver vooruit in een tijd dat de wijkverpleging in Nederland nog van de grond af aan moest worden opgebouwd. Hoe heeft ‘juffrouw Van Hulst’ , -zoals ze zich graag liet noemen-, bijgedragen aan het ontstaan van het beroep van wijkverpleegster?

Sociale afkomst
Aafke Gesina van Hulst (of ‘Sien’ zoals haar familie haar noemt) komt op 28 januari 1868 als domineesdochter in Harlingen op de wereld. Zij groeit op binnen een vooraanstaande familie die zeer betrokken is bij de gemeente en zich inzet voor de arme gezinnen van Harlingen. Dat Aafke van Hulst opgroeit in een elitair doopsgezind milieu heeft zeker bijgedragen aan haar grote gevoel van sociale rechtvaardiging, haar soberheid, en misschien ook wel aan het feit dat ze een beetje uit de hoogte was.

De vraag is natuurlijk interessant waarom deze sociaal bewogen vrouw ervoor gekozen heeft zich met wijkverpleging bezig te houden. Zoiets blijft altijd moeilijk te achterhalen, maar duidelijk is wel dat Aafke van Hulst graag arts of gediplomeerd verpleegster had willen worden. Ze heeft dit niet gedaan. Zeer waarschijnlijk omdat ze als ongehuwde vrouw de zorg voor haar broer, die aan epilepsie leed, op zich moest nemen. Ook was het in die tijd niet eenvoudig om een opleiding tot verpleegster te volgen. Deze opleidingen waren nog dun gezaaid en vooral in de Randstad beschikbaar. Voor een opleiding tot wijkverpleegster had ze in ieder geval naar Engeland moeten afreizen, waar deze vorm van verpleging al verder ontwikkeld was. Al met al waren er kennelijk teveel hobbels om een carrière in de zorg te ambiëren. Zoals veel vrouwen in die tijd heeft ze zich erbij neergelegd om als oudste ongehuwde dochter de zorgplichten thuis op zich te nemen.

Tegenwerking
Aafke Gesina van Hulst begint haar werk als wijkverpleegster in 1894, ver voor dat het Groene Kruis is opgericht dus. Wijkverpleging is in die tijd nog een vrij onbekend fenomeen in Nederland. Geïnspireerd door de bevriende huisarts dr. P.H. van Eden, begint Van Hulst op eigen initiatief met wijkverpleging in Harlingen. Van hem leert zij veel over het verplegen van zieken. Hij steunt haar in haar werkzaamheden; beiden zijn groot voorstander van ‘huisverpleeging door gediplomeerde zusters’. Het is niet uitzonderlijk dat Aafke van Hulst zieke armen thuis gaat verplegen en dergelijke initiatieven ook niet aan Harlingen voorbehouden. Ook in andere delen van Nederland, bijvoorbeeld in Rotterdam, begint men op die manier met wijkverpleging. Ongewoon is wel dat Aafke Van Hulst dit geheel op eigen houtje doet en dus niet in georganiseerd verband, zoals bijvoorbeeld vanuit een zusterorde.

Niet iedereen is gecharmeerd van haar initiatieven. Met name medici zien wijkverpleging als een (financiële) bedreiging en als regelrechte concurrentie voor instelling- en gestichtsverpleging. Haar doel is het echter om de patiënt thuis dezelfde kwaliteit van zorg te geven als in het ziekenhuis. Het is daarbij altijd haar opzet geweest om de zorg thuis een aanvulling te laten zijn op ziekenhuisverpleging. Dus juist door de verpleging thuis te laten aansluiten op ziekenhuisverpleging of door huisverpleging aan te bieden wanneer ziekenhuisopname niet tot de mogelijkheden behoort. Omstanders ervaren dat echter niet zo. Vooral bestuurders en directie van het Gesticht in Harlingen bekritiseren de opvattingen van Van Hulst voortdurend.

Door allen, voor allen
Vanuit haar wijkverpleging richt zij twee jaar later, in 1896, de ‘Vereniging voor Wijkverpleging en Ziekenzorg’ op. Deze vereniging bestaat vrijwel meteen uit tachtig leden. In deze tijd ziet men de wijkverpleegster vooral als zuster van zieke armen. Deze gedachte wil Van Hulst nu juist doorbreken. Haar intentie is het om een algemene vereniging op te richten, waar arm en rijk zich bij kunnen aansluiten. Haar motto hierbij is dan ook ‘door allen, voor allen’. Alle leden betalen contributie naar draagkracht zodat zieke leden geholpen kunnen worden. Juffrouw Van Hulst ijvert voor een jaarcontributie zonder bijbetaling voor de uitleen van verpleegartikelen en het bezoek van de wijkverpleegster. Deze invulling van het lidmaatschap streeft ze later ook na bij het Groene Kruis.

PR dame voor het Groene Kruis
Mede op haar initiatief gaat De Vereniging voor Wijkverpleging en Ziekenzorg op 30 oktober 1902 op in de Harlingse afdeling van het Groene Kruis. Aafke van Hulst breidt haar werkterrein verder uit, eerst in Friesland en later in heel Nederland. Zij reist het hele land af om door middel van lezingen met lichtbeelden propaganda te maken voor het Groene Kruis. Zo wil zij mensen stimuleren nieuwe afdelingen op te richten. En met succes, want zij spreekt ‘zo inspirerend dat er in veel plaatsen na haar bezoek een afdeling van het Groene Kruis werd opgericht’.

Rust, Reinheid, Regelmaat (drie R’s)
Aafke van Hulst blijft ook actief in Harlingen, waar de wijkverpleging als model gaat dienen voor heel het land. In Harlingen wordt onder haar leiding een magazijn ingericht dat zo goed is dat veel afdelingen het als voorbeeld nemen. Ook voor de model-wijk-kraamverpleging dient Harlingen als voorbeeld voor andere Groene Kruis verenigingen. Aafke van Hulst heeft dan ook een duidelijk beeld van hoe het Groene Kruis vormgegeven moet worden en op welke terrein het actief moet zijn. Daarbij zet zij zichzelf in, niet alleen voor promotiedoeleinden en het opzetten van afdelingen in heel Nederland, maar juist ook voor het geven van cursussen. Ook hiermee is ze in Harlingen begonnen, waar ze een moeder- en bakercursus organiseert. De cursussen zijn er voor iedereen: er zijn moeders, aanstaande moeders, aanstaande bakers, wijkverpleegsters en jonge meisjes bij aanwezig. Moeders en bakers volgen dezelfde cursus ‘want zij moesten hetzelfde weten’. Hierin besteedt zij veel aandacht aan het belang van borstvoeding. In dat kader schildert ze ook een serie prachtige aquarellen, waarin je precies kunt zien hoe sterk de kindersterfte afneemt bij het geven van borstvoeding. Zij laat ook een nieuwe functie ontstaan, die van wijk-kraam-verpleegster. Zij werkt met gediplomeerde verpleegsters en bakers. Iets waarop vanuit ongediplomeerde hoek veel commentaar is omdat er in die tijd veel ongediplomeerde verpleegsters en bakers werkten. Haar uitgesproken ideeën over kraamverzorging beschrijft ze in het boek ‘Reinheid, rust en regelmaat. Deze drie ‘R’-en zijn nog steeds bekend. Juffrouw Van Hulst heeft veel belangstelling voor de patiënt, hulpmiddelen en alles wat de wijkverpleging betreft. Voor het Groene Kruis zit ze vol ideeën waarvan ze er veel heeft uitgewerkt. Zoals een toonkamer voor verpleegartikelen in het gebouw van ANV, onder andere voor cursisten, en een reizend kraammuseum. Ook ontwerpt zij diverse verpleegartikelen en verbetert bestaande verpleegartikelen, zoals een ledikant, ruggensteun, verpleegsterstas en klossen voor onder het ledikant. Zij is groot voorstander van borstvoeding en tegenstander van het strakke pak en de fopspeen.

Naar Utrecht
In 1909 neemt Aafke van Hulst, mede om gezondheidsreden, afscheid van de wijkverpleging. Ze is dan 41 jaar. Zij schenkt het Harlingse Groene Kruis als afscheidscadeau een lighal voor zes personen voor de verpleging van tbc patiënten. In 1911 vestigt zij zich in Utrecht en gaat hier werken voor de Algemene Nederlandse Vereniging ‘het Groene Kruis’ (de ANV), waarvan zij het penningmeesterschap op zich neemt. Haar excentrieke persoonlijkheid botste nogal eens met de directeur van het ANV, ds. Fleischer en later ds. Beyerman. Vanuit Utrecht zet zij haar fondsenwerving voor het Groene Kruis onverminderd voort. Zo reist zij naar Amsterdam (in die tijd een heel onderneming) om bij bemiddelde burgers het Groene Kruis onder de aandacht te brengen en een donatie te vragen. Hierover rapporteert zij gedetailleerd aan de directeur van het ANV. Aafke van Hulst is altijd aan het werk en laat haar tijd niet graag onbenut. Zo maakt ze vaak tijdens de treinreis van Utrecht naar Harlingen witte katoenen onderbroeken. Iets waar medepassagiers nogal eens opmerkingen over hebben gemaakt.

Professionalisering van de wijkverpleging
Aafke van Hulst heeft veel van de eerste wijkverpleegsters in het vak ingewijd. Op haar initiatief begint het ANV in 1920 met een aanvullingscursus voor wijkverpleging. Dit is een cursus van een half jaar waaraan verpleegsters kunnen deelnemen. Ze doceert zelf, iets dat ze heel graag doet. Zij vraagt haar leerlingen om van de ervaringen in de praktijk verslag te doen. Zij vertelt in de cursussen levendig over haar eigen ervaringen en verwerkt ook die van haar oud-leerlingen in de lesstof, wat de lessen boeiend en up-to-date maakt.

In het buitenland doet juffrouw Van Hulst inspiratie op. Ze maakt naast privéreizen ook enkele ‘beroepsreizen’, onder andere naar Engeland en Duitsland. Haar reizen passen volledig bij haar levensstijl, die van een rijke vrouw uit het begin van de 20e eeuw. Haar ‘beroepsreizen’ heeft zij daarom (meestal) zelf betaald. Van een van haar ‘beroepsreizen’ is een reisverslag bewaard gebleven. In 1923 gaat Van Hulst op reis naar Engeland, samen met zuster Schutte, een van haar oud-leerlingen en een goede vriendin. In deze vier weken bezoekt zij de Queen’s Nurses, de Engelse wijkverpleegsters (opgericht in Liverpool in 1859). Met deze verpleegsters gaat zij mee op wijkbezoek. Zij verwondert zich over de tact waarmee de verpleegsters hun patiënten benaderen. Ook bezoekt zij consultatiebureaus en neemt nuttige en praktische informatie mee terug naar Nederland. Zij legt dus een soort werkbezoeken af op deze beroepsreizen. Zij is kritisch genoeg om de voor- en nadelen van de zorg in Engeland, maar ook van die in Nederland te zien.

In 1927 richt zij - samen met enkele anderen – de Nederlandse Bond voor Wijkverpleegsters op. Deze bond moet het onderlinge contact tussen de wijkverpleegsters bevorderen en bijdragen aan de oprichting van districtskringen. Ook moet de vereniging zorgen voor de verbetering van arbeidsvoorwaarden en de positie van de wijkverpleegsters. De bond voorziet in een grote behoefte. Er komen snel meer districtskringen bij.

Trots
Op 11 oktober 1930 overlijdt Sien van Hulst in haar woonplaats Utrecht. Kort voor haar overlijden schrijft zij nog een artikel voor het tijdschrift van het Groene en het Witte kruis. Hierin benadrukt zij (nogmaals) het belang van opleidingen. Nieuwe wijkverpleegsters moeten een goede scholing krijgen ‘zodat zij niet, zoals wij hebben moeten doen, op de tast werken’. Dit is dus precies waar zij zich zo fanatiek voor heeft ingezet: de professionalisering van de wijkverpleging. Dit heeft zij in haar eigen vereniging in Harlingen waargemaakt en ook in al die jaren dat zij voor het Groene Kruis heeft gewerkt. Zij werd voor haar inzet, bij het 25-jarig jubileum van het Groene Kruis, geridderd in de orde van Oranje Nassau. Kortom, Aafke Gesina van Hulst heeft, samen met enkele andere pioniers, de wijkverpleging, ook binnen het Groene Kruis, laten uitgroeien tot wat het nu is: een professioneel beroep waar je trots op kan zijn.

Terug naar Hall of Fame

print pagina