Lientje Kruysse (1858–1937)




Lientje Kruysse
Lientje Kruysse was een van Nederlands eerste gediplomeerde verpleegsters. Haar grote verdienste is dat zij kennis uit het buitenland in Nederland heeft geïntroduceerd. Vooral de wijkverpleging had haar belangstelling. Zij heeft de wijkverpleging in diverse steden georganiseerd naar toonaangevend Brits model. Belangrijke kenmerken van deze methode van ‘het zorg verlenen aan huis’ zijn ‘vertrouwen winnen’, ‘een vriendin der armen worden’ en met ‘kennis en van zaken, rustig en kalm’ het verpleegwerk uitvoeren. Uiteindelijk valt haar de eer ten deel om Anna Reynvaan als adjunct-directrice van het prestigieuze pas geopende Wilhelmina Gasthuis te Amsterdam op te volgen.

Amsterdam
Lientje Kruysse is geboren en getogen in Amsterdam. Haar vader is apotheker en treedt in 1875 toe als lid van de Commissie van Gasthuizen. Deze Commissie zet zich in voor de verbetering van het gasthuispersoneel. Eind negentiende eeuw was de discussie over het opleiden van welvarende vrouwen tot verpleegster in volle gang. Enkele jonge meisjes uit beschaafde kringen doen al snel hun intrede in het Amsterdamse Buitengasthuis. Ook het Binnengasthuis kan er niet omheen en begint, aanvankelijk met Duitse gediplomeerde verpleegsters, te reorganiseren. Later nemen Nederlandse verpleegsters die taak over.

Buitenlands avontuur
Al snel weet Lientje Kruysse dat ze verpleegster wil worden. Tot haar spijt vindt haar familie dit volstrekt ongeschikt voor een jongedame van nette komaf. Wel mag zij in 1886 als lerares naar Groot-Brittannië om tijdens de zomermaanden op een meisjeskostschool lessen in Frans, Duits en muziek te geven. Tijdens haar verblijf grijpt ze haar kans en bezoekt de Royal Infirmary in Edinburgh. Dit ziekenhuis heeft een Florence Nightingale School, waar leerling-verpleegsters een opleiding krijgen volgens de ideeën van Florence Nightingale. Gediplomeerde verpleegsters kunnen aan deze school in zes maanden een diploma voor wijkverpleegster behalen. Ook Lientje Kruysse krijgt de mogelijkheid om hier als leerling-verpleegster te beginnen, een uitdaging die ze op dat moment laat liggen.

Opleiding
Terug in Nederland wil Lientje Kruysse verder in de verpleging. Zij begint haar opleiding tot verpleegster in het vroege voorjaar van 1889 in het academisch ziekenhuis in Leiden. De diensten van leerling-verpleegsters zijn zwaar, zo merkt zij al snel. Haar hoofdzuster is in Engeland opgeleid en regeert met strenge hand de afdelingen. In Engeland stond de verpleging in grote ziekenhuizen, maar ook in de wijkverpleging op een hoog niveau. Dat niveau trok Lientje Kruysse nu juist aan en ze verruilt Leiden voor Edinburgh. Daarmee krijgt ze de kans van haar leven en maakt al snel deel uit van een korps van zeer goed opgeleide verpleegsters.

De Britse methode
Lientje Kruysse vertrekt eind 1889 naar Schotland om daar aan de Royal Infirmary te Edinburgh de opleiding tot wijkverpleegster te volgen. Zij wordt toegelaten tot de Queen's Nurses die de principes van Florence Nightingale hoog in het vaandel hebben. Kenmerkend is dat de wijkverpleging een volstrekt particuliere zaak is; mr. William Rathbone, een oude vriend van Florence Nightingale is ooit hiermee begonnen. De Queen’s Nurses danken hun naam aan beschermvrouwe Koningin Victoria. Zij heeft een groot bedrag aan geld voor de wijkverpleging ter beschikking gesteld. Queen’s Nurses verzorgen arme en onbemiddelde patiënten. In de vier jaar dat Lientje Kruysse hier werkzaam is, heeft zij ook een half jaar in Dublin in de St. Patrick’s Nurses Home gewerkt als leerling-wijkverpleegster. In Ierland heeft zij ook een grondige en veelzijdige opleiding gevolgd. Het winnen van vertrouwen, kennis van de geneeskunde en een professionele handelwijze zijn belangrijke aspecten van de benadering in het Verenigd Koninkrijk. In 1894 behaalt zij haar diploma bij de Queen’s Nurses. Daarna blijft zij nog tot 1896 verbonden aan de opleiding in Dublin, omdat ze haar praktijkperiode nog moet afmaken.

Terug in Nederland
Na het behalen van haar diploma ontmoet Lientje Kruysse de maatschappelijk werkster Emilie Knappert. Dit bezoek maakt zo’n indruk op haar dat ze besluit terug te gaan naar Nederland. Zij is gevraagd door de Nederlandsche Protestantse Bond (NPB) om in Zwolle de wijkverpleging naar Brits model in te richten. Deze NPB creëert de mogelijkheid voor verpleegsters om ervaring in de wijkverpleging op te doen. Hierbij is de professionalisering van de wijkverpleging, dat wil zeggen het apart opleiden tot wijkverpleegster, van groot belang. Tot de opleiding zouden alleen gediplomeerde verpleegsters toegang hebben. Om dit alles vorm te geven wordt Lientje in Zwolle aangesteld. Ook in andere steden zoals Rotterdam, Amsterdam, Deventer en later Arnhem, Den Bosch, Leiden en Schiedam ontwikkelt de NPB initiatieven voor gediplomeerde wijkverpleging naar Brits model. Uiteindelijk lopen deze plannen op niets uit. In 1898 besluit de NPB dan ook om initiatieven voor wijkverpleging over te laten aan verenigingen die in wijkverpleging zijn gespecialiseerd.

Professionalisering
Lientje Kruysse blijft onverminderd actief. Haar werkzaamheden voert zij uit in haar Queen’s Nurses uniform. In 1895 legt zij het examen af bij het Witte Kruis en komt ze ook in het bezit van het Nederlandse verpleegstersdiploma. In dit jaar vertrekt zij naar Rotterdam om daar de wijkverpleging naar dit model in te richten. Het is Pieter Rudolf Mees, bestuursvoorzitter van het Coolsingelziekenhuis, die Lientje Kruysse naar Rotterdam haalt. Zij is, zo vindt hij, de belichaming van de ‘neutrale’ wijkverpleging die is georganiseerd naar het model van de zogeheten Kaiserswerther diaconessen maar dan zonder binding aan een kerkgenootschap. De afdeling Rotterdam besluit tot het oprichten van de Rotterdamse wijkverpleging, in het bijzonder bedoeld om de professionele wijkverpleging uit te bouwen. De bedoeling is dat verpleging op grond van liefdadigheid en liefhebberij (zoals tot dan toe gebruikelijk is) geleidelijk wordt afgebouwd. Door Lientje Kruysses benoeming tot adjunct-directrice van het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam vertrekt ze naar de hoofdstad en komt het werk in Rotterdam stil te liggen. Maar niet voor lange tijd, want haar leerling, Maria des Amorie van der Hoeven, pakt de draad op en weet de professionalisering van de wijkverpleging in Rotterdam tot een succes te brengen.

Adjunct-directrice in Amsterdam
In 1896 volgt Lientje Kruysse de inmiddels legendarisch geworden Anna Reynvaan op als adjunct-directrice van het Wilhelmina Gasthuis, het voormalige Buitengasthuis in Amsterdam. Deze functie zal ze tot 1905 met veel succes uitoefenen. Het is haar taak om, samen met de geneesheer-directeur, het ziekenhuis financieel zuinig te beheren. Maar ze is vooral bezig om de leerling-verpleegsters aan te nemen, te begeleiden en te instrueren. Met haar ruime ervaring in het verpleegwerk doet ze dat met succes. In die periode is ze ook actief om andere directrices -en dat zijn er in die tijd nog niet zoveel- te motiveren en ze staat in 1899 aan de wieg van de Nederlandse Directrice Bond. Op 46-jarige leeftijd gebeurt dan toch nog waar ongehuwde vrouwen in die tijd op hopen, namelijk een huwelijk. In 1905 stopt ze met werken en trouwt ze met de heer J.H. de Bussy. De Bussy bezit een eigen drukkerij en uitgeverij en heeft later de aanzet gegeven tot de oprichting van het Nederlandse Kankerinstituut.

Op de bres voor professionalisering
Ondanks de gehuwde staat, blijft Lientje de Bussy - Kruysse, zoals ze dan officieel heet, actief in de wereld van de verpleging. Ze richt zich daarbij volledig op de professionalisering van de wijkverpleging. Zij vindt vooral dat wijkverpleegsters beter voor het werk toegerust moeten zijn. Wijkverpleegsters hebben kennis nodig over de inhoud van hun werk en ze moeten weten wat hen in de wijk te wachten staat. In 1913 wordt een commissie opgericht in samenwerking met de Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging om te onderzoeken of er een opleiding voor wijkverpleegsters kan komen om meer eenheid in het werk te brengen. Deze opleiding komt er wel, maar er blijkt op dat moment weinig animo voor te zijn.

Waar ze wel uiterst succesvol blijkt, is het verenigen en opleiden van verpleegsters. Dat ziet zij namelijk als een belangrijke mogelijkheid om hun positie te verbeteren en het beroep te professionaliseren. Het is dan ook niet zo gek dat juist zij in 1928 de eerste presidente van de net opgerichte Nationale Bond van Verplegenden wordt. Zij is dan al 70 jaar oud! Deze nieuwe Bond, een rechtsvoorganger van NU ’91, heeft zich vooral ingezet voor de opleidingsstructuur en de buitenlandse contacten, maar ook de arbeidsomstandigheden van de verpleegsters worden geregeld.

Vele maatschappelijke functies
Het maatschappelijk werk blijft Lientje Kruysse altijd boeien. Zij zit in allerlei besturen van maatschappelijke organisaties. In ‘Ons huis’ neemt zij de leiding op zich van een ontwikkelclub speciaal voor vrouwen en ze neemt plaats in het Burgerlijk Armenbestuur, geen geringe club in die tijd. In 1919 presideert ze de Amsterdamse afdeling van ‘kinderverzorging en opvoeding’. Lientje heeft ook zitting in de staatscommissie voor bestrijding van de tuberculose. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) krijgt ze de functie van wijkpresidente van het Algemeen Steuncomité. Ook is zij bestuurslid voor de Vereniging van Onbehuisden. Ook de Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging legt beslag op haar toewijding. Pas in 1924 is zij genoodzaakt het rustiger aan te doen. Door ziekte is het niet meer mogelijk om al deze functies te blijven uitoefenen en legt ze enkele van deze taken neer.

Leerboek
Haar naam is niet aleen verbonden aan de wijkverpleging, maar na haar aftreden als adjunct-directrice van het Wilhelmina Gasthuis schrijft zij ook nog een leerboek voor verpleegsters. Hiermee is ze een van de eerste verpleegsters die een handboek over verplegen heeft geschreven. ‘Ziekenverpleging, Practische en Ethische wenken’ bevat de uitgewerkte aantekeningen van de cursussen die zij aan leerling-verpleegsters heeft gegeven tijdens haar werkzame periode in het ziekenhuis. Het doel van dit leerboek was om verpleegsters beter voor te bereiden op het lastige werk in een ziekenhuis. Het leerboek, gedrukt in de drukkerij van haar echtgenoot, is meteen een groot succes en heeft vele drukken gekend.

Besluit
Lientje Kruysse is een echte pionier van de verpleging. Zij groeide op in een tijd dat het voor meisjes van haar stand niet geaccepteerd was om als verpleegster te gaan werken. Zij heeft enkele jaren moeten wachten voordat zij haar grote droom kon verwezenlijken. Op het moment dat zij de kans kreeg om wel een opleiding te volgen, greep zij die kans met beide handen aan. Dat zij hiervoor naar het Verenigd Koninkrijk moest, maakte het voor haar waarschijnlijk alleen maar aantrekkelijker. Door haar goede en degelijke opleiding in Edinburgh is zij in staat geweest de wijkverpleging in Nederland te professionaliseren. Haar kwaliteit blijkt des te meer uit het feit dat zij adjunct-directrice van het Wilhelmina Gasthuis is geworden. Dit was destijds een van de hoogst haalbare ambten die een vrouw kon vervullen. Door haar grote kennis over verplegen op schrift te stellen, kon ze deze kennis overdragen op volgende generaties. Uit haar vele activiteiten blijkt wel dat zij het beroep tot in de finesse beheerste. Lientje Kruysse heeft met haar werk veel bijgedragen aan de ontwikkeling van het huidige beroep van verpleegkundige en dan met name aan dat van de eerstelijns-verpleegkundige.

Florence Nightingale | Anna Pauline Reynvaan | Lientje de Bussy Kruysse | Frederieke Meyboom | Aafke Gesina van Hulst

print pagina
Nieuws
Volg ons op Twitter en win op 20 september twee kaartjes voor het European Nursing Congres in Rotterdam.
lees meer...
Volg ons via Twitter
Volg het Florence Nightingale Instituut, de Zorgtrailer en Zusters on Tour via 
lees meer...