Banner foto

Opleiding en insignes

Genoemde opleidingen betroffen de verpleging in een algemeen ziekenhuis. In 1892 startte het ‘Centraal Bureau der Vereeniging tot Christelijke verzorging van krankzinnigen’ in Nederland met een opleiding, gericht op de verpleging van krankzinnigen. Ook bij deze opleiding ontving men een diploma en insigne, het zwarte kruisje. Omdat er nog geen enkele regeling of controle was op de opleiding, ontstond er een wirwar aan diploma’s en insignes, die allemaal naast en langs elkaar functioneerden. Zo hadden ook alle confessionele, religieuze organisaties hun eigen insigne.


De eerste insignes verschenen in Maandblad voor Ziekenverpleging in februari 1893.



 
Discussie over de opleiding
Het duurde niet lang voordat er stemmen opging om aan deze verwarrende situatie een eind te maken. In 1911 bracht de Gezondheidsraad een rapport uit over de verpleegstersopleiding, waar in zij stelde dat deze nodig aan verbetering toe was. Zij stelde voor om particuliere scholen te stichten die door de staat ondersteund moesten worden. De Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging, opgericht in 1893, was het niet met dat advies eens. In 1914 stelde zij een commissie in die zich bezig moest houden met de wenselijkheid van Staatsbemoeienis met de opleiding en het examen van verplegenden. In 1916 kwamen zij met een rapport, waarin zij pleitten voor één diploma en insigne.

Gevangenisstraf
Op 3 mei 1921 lukte dit en werd de Wet op de Ziekenverpleging aangenomen. Hiermee kwam er een einde aan de verscheidenheid van diploma’s en insignes. De overheid erkende de verpleegstersopleiding, waarin onderscheid werd gemaakt tussen een A- of een B-opleiding. Bij het behalen van het diploma ontving men een genummerd insigne dat men verplicht was tijdens het werk te dragen. Het onderscheid tussen een A- en een B-diploma duidde men op het insigne aan door een A of een B voor het nummer te plaatsen. Er was onderscheid tussen het insigne voor mannen en vrouwen, het insigne voor mannen was kleiner. Tevens werd het strafbaar voor iemand zonder diploma om een insigne te dragen en zich als gediplomeerd voor te doen, hierop stond een gevangenisstraf van ten hoogste 14 dagen of een geldboete van ten hoogste 100 gulden.

Aantekeningen op het A-diploma
In de Wet van 1921 werd de mogelijkheid gecreëerd om aantekeningen op het diploma in te stellen welke door het ministerie erkend moesten worden. In de loop van de jaren erna werden de Kraamaantekening, de Wijkaantekening en de Kinderaantekening op het A-diploma ingevoerd. Als verpleegsters zo’n aantekening behaalden, werd dat ook op het insigne kenbaar gemaakt. Voor de Kraamaantekening kwam op het diploma-insigne een ooievaar, bij de Wijkaantekening vier vlakjes en bij de Kinderaantekening twee zilveren puntjes. Je moest het laten aanbrengen van die tekens wel zelf betalen trouwens! 


Literatuur
Dane, C., (1991). Geschiedenis van de Ziekenverpleging
   Uitgeverij De Tijdstroom: Lochem.
Goudswaard, N. B., (1994) Inleiding tot de geschiedenis van de verpleegkunst.
   Erasmus Publishing: Rotterdam.
Het Oranje Groene Kruis (1970). 20ste jaargang Centraal Bureau: s’ – Gravenhage.
Van der Meij – de Leur, A. P. M., (1989) Van olie en wijn: Geschiedenis van de
   Verpleegkunde, geneeskunde en sociale zorg. Bohn, Scheltema & Holkema:
   Utrecht/Antwerpen.
Tijdschrift voor Ziekenverpleging 1964 (74ste jaargang)1965 (75ste jaargang)   
   1966 (76ste jaargang) 1967 (77ste jaatgang) 1969 (79ste jaargang) 1970 (80ste
   jaargang) 1971 (81ste jaargang) 1981 (91ste jaargang) Drukkerij en Uitgeverij J.H.  
   de Bussy: Amsterdam.


print pagina