Geschiedenis
Vanaf 1900 tot ongeveer 1990 was het vak geschiedenis een vast onderdeel in het curriculum van verpleegkundigen en verzorgenden. Soms stond het wel twintig uur op het programma. Docenten vonden het niet altijd gemakkelijk om een geschiedenisles te geven, maar ze zagen er wel de noodzaak van in. In de periode 1900-1990 dienden de lessen ‘geschiedenis van de verpleging’ vooral als voorbeeld voor jonge leerling-verpleegsters. Hierdoor konden ze zien dat beroepen in de verpleging en verzorging er wel degelijk toe doen. Figuren als Florence Nightingale en Anna Reynvaan werden tot ware heldinnen verheven. En ook belangrijke gebeurtenissen als de wetgeving van 1921 dienden als oppepper. Alles om te laten zien hoe belangrijk het verleden is. De geschiedenis heeft zo tot taak ‘het heden zin te geven’.Gemiste kans
Naarmate de verpleging als beroep professionaliseerde, nam de belangstelling voor het vak ‘geschiedenis van de verpleging’ steeds verder af. Want wat heb je aan die oude verhalen, aan dat gezeur van vroeger? Zo werd Florence Nightingale bij de protesten van 1990 symbolisch ten graven gedragen: het einde van een tijdperk van verheerlijking en liefdewerk. In dit licht is het dan ook niet verwonderlijk dat het vak ‘geschiedenis van de verpleging’ in het nieuwe opleidingsstelsel van 1997 geen plek meer heeft gekregen. Maar wel een gemiste kans.
Daarom je verleden kennen
Een professionele beroepsbeoefenaar hoort de geschiedenis van zijn beroep te kennen. Want wie zijn verleden kent, begrijpt het heden beter en kan op basis daarvan richting geven aan de toekomst. De geschiedenis van de verpleging en verzorging is trouwens heel interessant. Er is veel gestreden, veel ruzie gemaakt, soms zijn slagen gemist maar uiteindelijk is veel gewonnen. De verpleegkundige en verzorgende beroepsgroepen nemen anno 2009 een vooraanstaande positie in de gezondheidszorg in. Vergelijk dat maar eens met de pioniersjaren.
print pagina



