Banner foto

Frederieke Meyboom (1871-1971)




Frederieke Meyboom
“De operatiekamer was twee trappen hoog. Er was natuurlijk geen lift en er was ook geen brancard. Dus werden de patiënten op de armen naar de operatiekamer gebracht en na de operatie ook weer op de armen naar beneden. Maar de operatiekamer was wel erg mooi! De ramen, die van boven open behoorden te gaan, zaten zo vast, dat ze niet open konden. Er was ook een gaspitje en een prachtige operatie – tafel van gebeeldhouwd mahonie – hout. Voordat de operaties, begonnen werd deze geboenwast en gewreven. Dan was er ook nog een kachel. Hiervoor was één vulling voldoende voor kortere duur, maar tijdens een operatie moest het vullen herhaald worden. Gevolg was, dat er veel stof opdwarrelde, alles bedekkende: de operatietafel, de instrumenten, het verband, kortom alles wat zich in deze kamer bevond. Gesteriliseerd werd er niet, er was geen sterilisator, want alles werd met 5% carbol ‘ontsmet’!” Uit: Dienend in het wit door Mimi Rijpstra-Verbeek.

Zo trof Frederieke Meyboom de situatie aan toen zij als directrice werd aangesteld in het gemeenteziekenhuis in Dordrecht. Frederieke Meyboom werd in 1871 geboren in Rotterdam, haar vader was officier van gezondheid bij de marine. In 1895 kwam Frederieke in de tram een oude bekende tegen, deze werkte als vrijwilligster in een polikliniek in Den Haag. Eindelijk zag Frederieke een uitweg aan het strakke keurslijf waar jonge vrouwen in die tijd in zaten. Haar vader gaf toestemming om als vrijwilligster te gaan werken. Daar, in de kliniek, kwam zij voor het eerst in aanraking met de lagere sociale klassen. Door deze ervaringen raakte zij overtuigd van de noodzaak om de sociale toestand waarin arbeidersvrouwen verkeerden te verbeteren.Tijdens het bezoek aan een zieke vriendin, kwam Frederieke in contact met Dr. Horst. Nadat zij hem enige tijd hielp bij de verzorging van deze vriendin die zenuwpatiënte was moedigde hij haar aan om de verpleging in te gaan.

Van leerling tot hoofdzuster
In 1897 werd zij, tegen de zin van haar ouders in, leerling-verpleegster in het Burger Ziekenhuis in Den Haag. Daar moet zij zeer lange werkdagen maken, weken achtereen zonder een vrije dag. Frederieke Meyboom was niet bang om voor haar mening uit te komen, dit werd haar niet in dank afgenomen. Door de vele tegenwerking die zij in het Burgerziekenhuis ondervond heeft zij in 1899 haar ontslag genomen. Korte tijd later is ze in het Gemeente Ziekenhuis van Den Haag gaan werken, waar ze in 1901 haar diploma voor de A-verpleging haalde. In dit ziekenhuis waren de omstandigheden waarin de verpleegsters moeten werken ook niet erg goed, lange werkdagen, slechte maaltijden en slechte hygiëne. Maar in dit ziekenhuis werkte Frederieke met plezier, de verhoudingen tussen de verpleegsters waren erg goed. Ze werd er al voor het behalen van het diploma benoemd tot hoofdverpleegster.

De eerste vakbond
In 1900 komt Frederieke Meyboom in contact met Dr. A. Aletrino, hij neemt het op voor de belangen van de verpleegsters. In ziekenhuizen worden briefjes opgehangen die waarschuwen voor de opruiende teksten die hij schrijft. Hij stelt dat verpleegsters naast plichten ook rechten hebben en wil af van het ideaal van de verpleging als liefdeswerk. Op initiatief van Dr. Aletrino wordt op 23 september 1900 Nosokómos, Nederlandse Vereniging tot bevordering der belangen van Verpleegsters en Verpleegers, opgericht. De verwachtingen waren groot, verpleegsters zouden een goede opleiding krijgen en er was een plek waar men naar toe kon als je onrechtvaardig behandeld werd. Frederieke Meyboom was lid van het eerste uur en werd voorzitter van de afdeling Den Haag. Ook werd er een commissie ingesteld die de opdracht kreeg om een examen te ontwerpen, de commissie bestond uit drie dokters en drie verpleegsters, tot voorzitter van de commissie wordt Frederieke Meyboom benoemd. Zij heeft zich altijd ingezet voor de verbetering van de opleiding voor verpleegsters. De eisen die aan de leerlingen gesteld werden waren streng, het werd een vier uur durend examen waarin zowel theorie als praktijk getoetst werden. De commissie bleef bestaan totdat er van uit de staat wettelijke regeling kwam. In 1928 is Nosokomos opgegaan in de Nationale Bond van Verplegenden.

Van hoofdzuster tot directrice
Op aanraden van de Directrice van het gemeenteziekenhuis in Den Haag solliciteert Frederieke naar een directrice post in Zutphen. In haar eerste gesprek met de directie van het ziekenhuis werd haar op het hart gedrukt niet te veel brandstof gebruiken, zuinig zijn met eten en niet te fietsen omdat dat onbehoorlijk zou zijn. Frederieke was het hier niet mee eens, patiënten moeten goed te eten krijgen en fietsen leek haar heerlijk en dat zou ze dan ook niet laten. Met deze kennismaking dacht zij dat haar benoeming van de baan zou zijn, maar in 1903 werd Frederieke Meyboom aangesteld als directrice in Zutphen, daar bleef ze anderhalf jaar. Zij gaf leiding aan acht leerling – verpleegsters. Er waren geen gediplomeerde verpleegsters aanwezig in het ziekenhuis.Toen zij na anderhalf jaar vertrok liet zij een goed getraind team van verpleegsters achter, waren er bezoektijden ingesteld en was de capaciteit van patiënten van zeventien naar tweeënzeventig verhoogd. Haar opvolgster was zuster Groeneboom, een verpleegster waarmee zij in het gemeente ziekenhuis in Den Haag gewerkt had.

Met de bezem erdoor
In 1904 werd ze directrice van het Gemeenteziekenhuis in Dordrecht. In de vier jaar dat zij directrice is geweest heeft zij het hele ziekenhuis grondig gereorganiseerd. De burgemeester, de Heer Zimmerman, wilde dat er een grondige reorganisatie plaats zou vinden in het Dordtse ziekenhuis, de directie van het ziekenhuis zat echter niet te wachten op de bemoeienissen van Frederieke Meyboom. Het gebouw was verwaarloosd, het personeel ongeschikt en corrupt. Na drie maanden was al het personeel vervangen door leerling-verpleegsters, de dokter die niets in de reorganisatie zag, nam ontslag. Deze werd vervangen door een geneesheer – directeur en een chirurg. Er werden cursussen gegeven voor de leerlingen. Het gebouw was schoon en werd goed onderhouden. Na drie en een half jaar stelde Burgemeester Zimmerman voor aan Frederieke om te solliciteren naar de functie van directrice in het gemeente ziekenhuis van Rotterdam.

Opnieuw aan de leiding
In 1908 werd zij directrice van het Bergweg ziekenhuis in Rotterdam. Het Bergweg Ziekenhuis was nog niet geopend, de hele inventaris moest nog aangeschaft worden, en al het personeel nog gezocht worden. In Rotterdam waren twee ziekenhuizen, het Bergweg ziekenhuis en De Coolsingel, zij deelden één geneesheer – directeur. De Coolsingel was het oudste ziekenhuis en had daardoor de meeste rechten, men noemde het Bergweg ziekenhuis daarom ook wel het Hulpziekenhuis. De ernstig zieke patiënten ging naar de Coolsingel, de rest naar het Bergweg Ziekenhuis. Voor medicijnen en het afnemen van examens moest men naar de Coolsingel. Frederieke ging hier tegenin, het Bergweg ziekenhuis was volgens haar even goed als de Coolsingel. Het enige minpunt aan het Bergweg ziekenhuis was het gebouw, dit voldeed niet aan de eisen van een goed ziekenhuis, zo waren er bijvoorbeeld, smalle gangen, kleine kamers, geen wachtkamer en geen cursus lokaal. In 1919 wordt de acht – urige werkdag ingevoerd en moet er extra personeel aangenomen worden. Frederieke liet de sollicitanten een voor – examen maken om zo de geschikte kandidaten te kunnen selecteren.

Op de bres
In 1920 werd Frederieke Meyboom uitgeroepen tot voorzitter van de Bond voor Directrices, dit bleef zij zeven jaar, totdat zij haar functie als directrice van het Bergweg ziekenhuis neerlegde. In 1920 kreeg de bond Koninklijke goedkeuring. Zij sloten zich aan bij de Nationale Vrouwenraad, en maakten zich sterk voor de belangen van directrices en adjunct – directrices. Ook had de organisatie een eigen blad, het ‘Orgaan van de Bond van Directrices’.

Nog jaren actief
Na een carrière van tweeëndertig jaar in de ziekenhuiswereld ging Frederieke Meyboom in 1926 met pensioen, zij bleef echter zeer actief. Zij heeft vele studiereizen gemaakt, ook hield zij voordrachten voor de Nederlandse Volksuniversiteit. Van 1947 tot 1959 was zij leidster van de Psychiatrische Voorlichtingsdienst.
In 1970 ontving zij de Jeltje de Bosch Kemper onderscheiding.In 1971 op 100 jarige leeftijd overleed Frederieke Meyboom.

Frederieke Meyboom heeft haar hele leven gestreden voor de belangen van de verpleegsters, een goede opleiding, reëel salaris en kortere werkdagen. Zij zag de verpleging als een beroep, waarvoor men een goede opleiding met een examen en diploma voor nodig had. Dit wilde zij wettelijk vastgelegd zien. Ook heeft zij veel geschreven, brochures zoals ‘Moeder worden’, boeken als ‘Lessen aan leerling-verpleegsters’ uit 1912 en ‘De patiënt thuis’ uit 1959.

Dan tot slot vijf stelregels uit het boekje ‘Praktische en Ethische wenken’ uit 1910 geschreven door mevrouw L. de Bussy -Kruysse. Volgens Frederieke Meyboom zijn deze nog steeds toepasbaar in de huidige tijd en wil zij graag meegeven aan leerling-verpleegkundigen van de toekomst:

  1. Streeft ernaar van uw patiënten door en door op de hoogte te zijn, zodat ge hen geen dingen behoeft te vragen, die het vertrouwen in u kunnen schokken.
  2. Helpt uw patiënten rustig, zonder niet ter zake doende conversatie met de zuster, die u bij uw werkzaamheden helpt.
  3. Laat hen niet nodeloos wachten.
  4. Wees stipt met het ingeven van medicijnen en met het toepassen van behandelingswijzen.
  5. Laat, voor zover het in uw macht ligt, geen enkele wens of behoefte van uw patiënt onvervuld.
Florence Nightingale | Anna Pauline Reynvaan | Lientje de Bussy Kruysse | Frederieke Meyboom | Aafke Gesina van Hulst

print pagina