Gastblogger Hugo Schalkwijk over verpleegkundigen in de frontlinie

Deze zomer startte het FNI het project ‘Verpleegkundigen in de frontlinie. Strijd tegen de aidscrisis, 1982-1996’. Publiekshistoricus Hugo Schalkwijk interviewt hiervoor verpleegkundigen die zich op een speciale manier hebben ingezet in de zorg voor mensen met hiv en aids. Hij schreef voor ons een gastblog.

Getuigen als bron

Als publiekshistoricus houd ik mij vooral bezig met het toegankelijk maken van geschiedenis voor een groot publiek. Het liefst haal ik mijn informatie en inspiratie niet uit boeken, maar uit de verhalen van mensen zelf. In mijn ogen zijn mensen namelijk de meest waardevolle bron van de geschiedenis. Niet omdat het menselijk geheugen nou zo feilloos is, maar omdat geschiedenis veel meer is dan een verzameling jaartallen en feiten. Geschiedenis leert en inspireert, en persoonlijke verhalen doen dat juist als geen ander.

Waarom de aidsepidemie?

Als je leest over de aidsepidemie dan gaat het vaak over de grote wetenschappelijke doorbraken en wereldberoemde arts-onderzoekers. Maar ook verpleegkundigen namen snel een belangrijke rol op zich in de zorg voor mensen met aids. Mede door hun inzet kon er ondanks een gebrek aan werkende medicijnen, tóch goede zorg worden geboden.

Kwetsbare verhalen

Helaas horen we deze verhalen maar weinig terug. Daarom is het belangrijk om, nu het nog kan, hun verhalen actief te verzamelen. Doen we dat niet, dan zullen de verhalen in de loop der tijd verdwijnen. Met het risico dat de rol die verpleegkundigen speelden in de aidsepidemie, wordt vergeten. Dat, terwijl deze verhalen uiterst waardevol kunnen zijn voor de jongere generaties verpleegkundigen.

Eerste indrukken

Het project is met groot enthousiasme ontvangen door de verpleegkundigen die ik tot nu toe heb gesproken. Er is bij hen een voelbare drive om de verhalen te vertellen en over te dragen. Dat enthousiasme is aanstekelijk en een extra drijfveer om er een zo mooi mogelijk project van te maken!

<
>

Gastbloggers

Interessante blogs van onze gastbloggers bieden een verfrissende blik op het vak!

Bekijk dit dossier

Gastbloggers

Geschiedenis van de zorg is een breed begrip en kan vanuit verschillende kanten bekeken worden. Het gaat erom welke vraag je stelt en welke bronnen je gebruikt om je probleem op te lossen. Om juist die verschillende kanten te belichten, nodigen we met enige regelmaat deskundigen uit om over een actueel of historisch thema een gastblog te schrijven. In dit dossier staan ze allemaal op een rij met hun interessante visies. Zo blijft de geschiedenis van verpleging en verzorging levend!

Gastblogger Hugo Schalkwijk over 30 jaar hiv/aidszorg

Deze zomer ging het project ‘Hun stem gehoord: verpleegkundigen in de frontlinie, strijd tegen de aidscrisis: 1982-1996’ van start. Publiekshistoricus Hugo Schalkwijk interviewt hiervoor verpleegkundigen die zich op een speciale manier hebben ingezet in de zorg voor mensen met hiv en aids.

Mooiste tijd uit de carrière

Voor sommigen was het een roeping, anderen rolden er min of meer toevallig in. Wat de geïnterviewde verpleegkundigen echter met elkaar gemeen hebben, is dat ze hun tijd in de zorg voor mensen met aids de mooiste uit hun carrière vonden. Dat was niet in de minste plaats door de vrijheid die ze hadden om hun rol als verpleegkundige in te delen.

Verpleegkundigen in de frontlinie

Die vrijheid was er onder andere doordat de medische wereld maar weinig te bieden had voor aidspatiënten. Er bestond geen effectief medicijn tegen aids. Aidspatiënten, in de begintijd vooral jonge homoseksuele mannen, stierven vaak kort na diagnose. De heftigheid van de ziekte en de bijzondere patiëntengroep trok een aantal verpleegkundigen aan die, ondanks het ontbreken van medicijnen, aidspatiënten de zorg wilden bieden waar zij recht op hadden.

Verpleegkundig consulenten hiv/aids

De eerste polikliniek voor aidspatiënten werd in mei 1985 geopend in het AMC. Dit gebeurde voor een groot deel op initiatief van de pas benoemde verpleegkundig aidsconsulenten. Op deze poli werkten zij op een voor die tijd ongekende, gelijkwaardige manier samen met de specialisten. Zij hadden hun eigen spreekuren, waarin ze extra aandacht hadden voor de psychosociale gezondheid van de patiënten én hun partners. Daarnaast verzorgden zij de voorlichtingen voor hun collega gezondheidswerkers uit het hele land.

30 jaar hiv/aidszorg

Door het bestaan van goede medicatie hebben de consulenten hiv/aids tegenwoordig een heel andere baan. “Ik begeleid mensen nu jarenlang, zie ze opgroeien en relaties krijgen. Men gaat nu jaren mee.” Dat de patiënten nog altijd goede zorg krijgen komt niet in de minste plaats door de verpleegkundig consulenten. Dat zij hun patiënten nu ook oud zien worden is een mooie constatering na ruim 30 jaar hiv en aidszorg.

<
>

Gastblogger Leo van Bergen over de verpleegster als moeder

Medisch-historicus Leo van Bergen signaleerde dat verpleegsters in WO I een speciaal imago hadden. Hij schreef er het artikel ‘Tussen heilige en hoer’ over, onlangs gepubliceerd in het NMTG 70. Een pittige titel, die vragen oproept. Daarom schreef hij er voor ons deze blog over.

De ultieme moeder

Al sinds het schrijven van mijn proefschrift over het Nederlandse Rode Kruis in de jaren negentig is de rol van de verpleegster vast onderdeel van mijn historisch onderzoek naar het belang van geneeskunde voor oorlogvoering. Ik kwam er toen namelijk achter wat voor een impact een bepaald beeld over de vrouw op het werk van verpleegsters kan hebben. In het kort kwam dat beeld in het begin van de twintigste eeuw in Nederland en elders, erop neer dat de oorlogsverpleegster als een moeder voor de gewonde soldaat moet zijn. Het enige wat ze nodig heeft, is een zachte hand en een warm hart. Ofwel: verpleging is niet echt een beroep maar een soort mantelzorg die het liefst gratis en voor niks moet worden geleverd.

De Nederlandse oorlogsverpleegster

In Nederland werden in 1910 voor het eerst enkele verpleegsters toegelaten in een militair hospitaal, dat te Utrecht. Het was een experiment waar zeker niet iedere medisch militair enthousiast over was. In de ogen van enkelen was het zelfs grotendeels als mislukt te beschouwen. Volgens een in 1917 verschenen rapport over de erbarmelijke staat van de militair-medische zorg tijdens de voorafgaande jaren van grote mobilisatie, was die mislukking geheel en al te wijten aan ‘de vrouwelijke eigenaardigheden’. Dat die niet nader werden gespecificeerd, kan alleen maar betekenen dat verondersteld werd dat de mannelijke lezers precies wisten waar de rapporteurs het over hadden.

De Eerste Wereldoorlog in de context

Vreemd aan deze Nederlandse opstelling is dat in toen de buiten haar landsgrenzen woedende oorlog, verpleegsters volop en veelal tot grote tevredenheid werkzaam waren – inclusief een flink aantal Nederlandse verpleegsters in zogenaamd neutrale ambulances. Dit wil niet zeggen dat het beeld over hen fundamenteel van dat van de ‘warmbloedige moeder’ verschilde. Over het wie en wat van hen is al het nodige geschreven. Maar wat had het in de oorlogspropaganda volop gebruikte dan wel misbruikte moederbeeld voor gevolg voor hun werk? Wat waren de consequenties van dat werk voor henzelf, waarbij velen van hen voor het eerst, en massaal, met naakte mannenlijven werden geconfronteerd? Wat was de verhouding tussen de beroepsverpleegsters, die hun werk wel degelijk beschouwden als een professie waarvoor zij gewoon goed betaald moesten worden, en de vrijwillige verpleegsters, die dachten een goed hart te hebben en dus voor het werk geschikt te zijn? En zo waren er nog veel meer voor die specifieke tijd en plaats typerende omstandigheden. Die hadden uiteraard invloed op het werk zelf en het beeld dat de verpleegsters van hun werk hadden. Maar zij hadden ook invloed op het beeld dat militairen, artsen, patiënten en mannelijke verplegers van hen hadden. Dat beeld nu fluctueerde tussen heilige en hoer.

Lees het artikel Tussen heilige en hoer (eerder verschenen in Nederlands Militair Geneeskundig Tijdschrift (NMGT) 70).


Leo van Bergen is medisch historicus, momenteel werkend aan een boek over de Nederlandse militair geneeskundige dienst van Napoleon tot en met de dekolonisatieoorlog. Voor meer informatie zie www.leovanbergen.nl

<
>

Gastblogger Hugo Schalkwijk over verpleegkundigen in de frontlinie

Deze zomer startte het FNI het project ‘Verpleegkundigen in de frontlinie. Strijd tegen de aidscrisis, 1982-1996’. Publiekshistoricus Hugo Schalkwijk interviewt hiervoor verpleegkundigen die zich op een speciale manier hebben ingezet in de zorg voor mensen met hiv en aids. Hij schreef voor ons een gastblog.

Getuigen als bron

Als publiekshistoricus houd ik mij vooral bezig met het toegankelijk maken van geschiedenis voor een groot publiek. Het liefst haal ik mijn informatie en inspiratie niet uit boeken, maar uit de verhalen van mensen zelf. In mijn ogen zijn mensen namelijk de meest waardevolle bron van de geschiedenis. Niet omdat het menselijk geheugen nou zo feilloos is, maar omdat geschiedenis veel meer is dan een verzameling jaartallen en feiten. Geschiedenis leert en inspireert, en persoonlijke verhalen doen dat juist als geen ander.

Waarom de aidsepidemie?

Als je leest over de aidsepidemie dan gaat het vaak over de grote wetenschappelijke doorbraken en wereldberoemde arts-onderzoekers. Maar ook verpleegkundigen namen snel een belangrijke rol op zich in de zorg voor mensen met aids. Mede door hun inzet kon er ondanks een gebrek aan werkende medicijnen, tóch goede zorg worden geboden.

Kwetsbare verhalen

Helaas horen we deze verhalen maar weinig terug. Daarom is het belangrijk om, nu het nog kan, hun verhalen actief te verzamelen. Doen we dat niet, dan zullen de verhalen in de loop der tijd verdwijnen. Met het risico dat de rol die verpleegkundigen speelden in de aidsepidemie, wordt vergeten. Dat, terwijl deze verhalen uiterst waardevol kunnen zijn voor de jongere generaties verpleegkundigen.

Eerste indrukken

Het project is met groot enthousiasme ontvangen door de verpleegkundigen die ik tot nu toe heb gesproken. Er is bij hen een voelbare drive om de verhalen te vertellen en over te dragen. Dat enthousiasme is aanstekelijk en een extra drijfveer om er een zo mooi mogelijk project van te maken!

<
>

Gastblogger Ellen Boonstra over verpleegstersromans

Verpleegkundige (n.p.) Ellen Boonstra verzamelt al jarenlang verpleegstersromans en doet onderzoek naar de rol van de leerling in deze populaire meisjesboeken. Onlangs besloot ze de resultaten te publiceren in de glossy ‘Nu ben ik verpleegster’. Haar ervaring beschrijft ze in deze blog.

Strenge hoofdzusters

Meisjesboeken! Ik las, nee ik verslond ze in mijn tienerjaren. Het liefst las ik meisjesboeken over de verpleging, want dat ik verpleegster wilde worden, wist ik al lang. Blijkbaar gaf de inhoud van die boeken me een realistische kijk op de werkelijkheid van het verpleegstersvak, want ik vond het helemaal niet raar toen op de eerste werkdag een potige hoofdzuster me de zusterpost uitbonjourde. Ik mocht de overdracht van de nachtdienst niet meemaken. Daar stond ik dan te wachten op de gang totdat diezelfde hoofdzuster me de afdelingskeuken injoeg en aan de afwas zette. Strenge hoofdzusters en huishoudelijk werk. In meisjesboeken had ik daar al veel over gelezen.

De verzameling

Mijn meisjesboeken, met titels als zuster Anneke, zuster Gon en zuster Juuls troostprijs, verhuisden van het tomadorekje thuis naar de twee muisgrijze houten boekenplanken aan de muur van mijn kamer in het zusterhuis. De afgelopen 25 jaar struinde ik boekenmarkten en later het internet af om mijn verzameling aan te vullen. Die verzamelwoede moest ooit leiden tot een artikel over de inhoud van die boeken, maar er gebeurde altijd wel iets wat me afhield om aan de slag te gaan.

Het Eureka-moment

Toen ik een jaar geleden de wervingsfolder terugvond die ik in 1972 kreeg bij mijn sollicitatie naar een opleidingsplaats in het Vlaardingse Holy Ziekenhuis, wist ik opeens hoe ik het aan moest pakken. Hé, dacht ik, toen ik deze folder met de titel Het Dagboek van Lea, de leerling-verpleegster doorlas. Lea roert onderwerpen aan die ook in de meisjesboeken voorkomen. Dat bleek het Eureka-moment. Ik maakte een stuk of twaalf tabellen aan, voor elk onderwerp één, (denk daarbij aan de eerste nachtdienst, de confrontatie met de dood van patiënten etc.) en herlas de negentien boeken, maar nu met een potlood in de hand. Kwam ik één van de onderwerpen tegen, dan zette ik een potloodstreepje naast de tekst en die typte ik dan weer over in de juiste tabel. Zo was het opeens heel gemakkelijk om de teksten uit de meisjesboeken over een bepaald onderwerp met elkaar te vergelijken.

Concentratie en discipline

Eindelijk kon ik geconcentreerd en gedisciplineerd aan de slag. Want zonder dat lukt het me niet om iets zinnigs te schrijven. Wat een geluk dat die eigenschappen er in mijn leerlingentijd zijn ‘ingeramd’. Na een vergeefse poging om mijn artikel te slijten aan een uitgever, besloot ik het in eigen beheer uit te geven. Onze zoon installeerde InDesign op de computer en downloadde een online cursus. Al snel had ik de smaak van het opmaken te pakken. Toen moest alleen de omslag nog. Onze dochter, net succesvol afgeslankt bij de Weight Watchers, zat het keizerslinnen als gegoten. Zuster Iet stak uit de schortzak en de gele muur in onze slaapkamer deed de rest. Klik, daar was de omslag. Klaar, eindelijk af. Mijn man werd mijn enige crowdfunder en het resultaat mailde ik naar de drukker. Een paar dagen later leverde de aardige bezorger van PostNL de doos af met zeventig exemplaren. Blij en tevreden ben ik over het resultaat.“Nu ben ik verpleegster” is met liefde gemaakt en brengt een ode aan al die meisjes en jongens die voor de verpleging kozen en kiezen. En wat een eer dat Nannie Wiegman de uitgave omarmt en opneemt in de bibliotheek van het FNI.

‘Nu ben ik verpleegster’ telt 67 pagina’s, rijk voorzien van beeldmateriaal, literatuur en bronnen. De glossy kost €10,00 (met verzendkosten € 13,90). Als je belangstelling hebt, kun je me een mail sturen (ellen@warande30k.nl).

<
>

Gastblogger Hanneke Peters over de Dag van de Verpleging 2017

12 mei is de Dag van de Verpleging. Hanneke Peters van Bernhoven vertelt waarom zij er dit jaar voor hebben gekozen om de dag ook zo te noemen en de verpleegkundigen ‘in the picture’ te zetten.

 

Verpleegkundigen in het zonnetje

Natuurlijk ‘zorgen’ we met alle medewerkers van het ziekenhuis voor onze patiënten, maar ‘verplegen’ doen alleen de verpleegkundigen. 24 uur per dag, 7 dagen in de week, 365 dagen per jaar. Dat betekent dat niet alle verpleegkundigen op de Dag van de Verpleging aanwezig kunnen zijn. Maar we zorgen er dit jaar voor dat àlle verpleegkundigen in het zonnetje gezet worden.

Verpleegkunde door de jaren heen

Wie de huis-aan-huis krant van Bernhoven heeft gelezen, heeft al gezien dat we dat onder andere doen door de pop-up expositie van het Florence Nightingale Instituut. De expositie laat de verpleegkunde door de jaren heen zien. Het is een interactieve expositie die deels afgestemd is op Bernhoven. Doordat de expositie een maand in de hal van Bernhoven staat, hopen we dat iedereen een moment kan vinden om een kijkje te gaan nemen. Het is zeker de moeite waard! Dit kan alleen, maar natuurlijk ook samen met collega's, familie of andere mensen die interesse hebben in ons vak. Een mooie manier, lijkt ons, om te kunnen laten zien dat het om een prachtig vak gaat waar je (verpleeg)’kundig’ voor moet zijn. Een vak om trots op te zijn.

Een ware schatkamer

Op woensdag 5 april mocht ik, als gastconservator van de expositie, een bezoek brengen aan het Florence Nightingale Instituut. Ik heb daar een tijd gesproken met de directeur, Nannie Wiegman en met haar een bezoek gebracht aan het depot. Voor mij voelde het depot als een ware schatkamer. Alle materialen waaronder oude apparatuur, brieven en een enorme collectie speldjes, vertellen het verhaal van de ontwikkeling van de verpleegkunde.

Florence Nightingale als inspiratie

Ik heb al even een blik kunnen werpen op het briefje van Florence Nightingale zelf, dat ook in de expositie te zien is. Ik vond dat heel bijzonder, omdat zij voor mij symbool staat voor de professionalisering van de verpleegkunde. Dit is iets waar wij als VPB en straks VAR natuurlijk voor staan. Haar drijfveer was goede zorg voor de mensen die ziek zijn. Om dit te bereiken, gebruikte zij onder andere statistieken en verbeterde ze daarop de omstandigheden (onderzoek!). Dit sluit naadloos aan op de doelstelling van Bernhoven om zinnige zorg te geven. In de gesprekken die wij als VPB voeren met het directiecomité, is dit tevens de vraag die ons met grote regelmaat gesteld wordt: maar waarom is dit goed voor onze patiënten? Ik ben ervan overtuigd dat goed opgeleide verpleegkundigen, in de breedste zin van het woord, onmisbaar zijn voor goede zorg aan de patiënt.

Van VPB naar VAR

Voor ons als Verpleegkundig Platform Bernhoven is de dag van de verpleging dit jaar extra bijzonder, omdat we vanaf 12 mei verder gaan als Verpleegkundige Adviesraad (VAR). De naamswijziging gaat samen met het bekrachtigen van een reglement dat we op dit moment in samenspraak met het directiecomité aan het opstellen zijn. Een belangrijke stap waarin we samen met het directiecomité de verpleegkundigen van Bernhoven een stem geven binnen de ontwikkeling van het beleid. In de middag zullen we dit reglement ondertekenen. Zowel 's morgens als 's middags staat er gedurende een bepaalde tijd een afvaardiging van de VAR bij de expositie. Je kunt dan bij ons terecht als je meer wil weten over de VAR. We kunnen je vertellen wat we doen, hoe en waarvoor je ons kunt bereiken en wat we hopen dat jij doet. Daarnaast hebben we die dag nog een paar verrassingen, waarbij we natuurlijk ook aan onze andere collega's denken.

<
>

Gastblogger Lidy Thijsen over verzetsstrijdster Sietske Buitenveld

Onderzoekster en auteur Lidy Thijsen is een jaar geleden begonnen met het onderzoek naar - en schrijven van - het verhaal over het bijzondere leven van Sietske Piena Buitenveld. Een onverschrokken geboren Friezin en Leids verzetsstrijdster. Een verhaal dat verteld moet worden.

Als er iets met me gebeurt, open dan deze kast en zorg dat het verdwijnt.’ Voor de ogen van Cees opende de 25-jarige Sietske de linnenkast. Aan de achterkant haalde ze meerdere stenen uit de spouwmuur en toverde ze twee pistolen en vijf lichte machinegeweren tevoorschijn. Wat deed een jonge vrouw van het Friese platteland in de Tweede Wereldoorlog in Leiden met een wapenarsenaal waar menig Duitser jaloers op zou zijn?

Sietske Piena Buitenveld

Een kort stukje uit het bijzondere leven van Sietske Piena Buitenveld. Een jonge, tikje anarchistische vrouw die het Friese boerenland ontvlucht en in 1938 gaat werken in een van de inmiddels allang verdwenen Joodse kindertehuizen in Zandvoort. Ze vervolgt in 1939 haar opleiding als leerling-verpleegster in het Academisch Ziekenhuis in Leiden. Daar rolt ze via haar minnaar en latere man in het Leids Verzet.

Al snel werkt ze tijdelijk en onder een valse naam in het niet meer bestaande Zuidwal Ziekenhuis in Den Haag. Om vervolgens in een bijna platgebombardeerd Rotterdam toch haar kraamverpleegstersinsigne aan de Kweekschool voor Vroedvrouwen te behalen.

Tussen de bedrijven door helpt ze mee bij aanslagen, zorgt ze voor wapendroppings en vervoer, bevrijdt ze een mede-verzetsstrijder uit Kamp Amersfoort en moet ze zelf vluchten naar Amsterdam. In de hoofdstad, inmiddels zwanger, blijft ze actief verzet plegen tegen de bezetter. In het laatste oorlogsjaar start ze in Leiden een opvangtehuis voor kinderen van verzetsmensen.

Wie was deze anarchistische, vrolijke, niet bange, eerzuchtige, dominante en maatschappelijk betrokken vrouw? Een feministe avant la lettre, antimilitaristisch en verpleegkundige in hart en nieren.

De zoektocht naar Sietske

Lidy neemt de lezers van het Florence Nightingale Instituut graag mee in haar verdere zoektocht naar wat Sietske betekend heeft voor Nederland en voor de stad Leiden. En wie weet kan dit verhaal over het leven en de loopbaan van Sietske een brug slaan naar de vrouwelijke verzetsstrijdsters van nu en die van de toekomst. In ieder geval mag haar verhaal niet vergeten worden. Lees meer over Sietske in de volgende blog.

<
>

Beantwoord deze vraag en ontdek welke themadossiers voor jou interessant zijn.

De voor jou geselecteerde dossiers verschijnen naast elkaar. Je kunt via het pijltje in de rode balk aan de zijkant van het dossier verder klikken.

Verberg Ontdek wat deze site jou te bieden heeft