Educatie

Wij zijn ervan overtuigd dat geschiedenis in het onderwijs van toekomstige verpleegkundigen thuis hoort. Daarom ontwikkelt het Florence Nightingale Instituut van oudsher op vernieuwende wijze educatief materiaal. Dit doen we om studenten verpleegkunde inzicht te geven in de ontwikkelingen die het vak verpleging heeft doorgemaakt.

Hoezo geschiedenis?

Het vak verpleging kan niet zonder historisch perspectief. De zorg staat immers aan de vooravond van grote veranderingen. Mensen worden ouder, leven langer, blijven langer thuis. Verpleegkundigen spelen in al die veranderingen een essentiële rol, en dat doen ze al sinds 1880. Het Florence Nightingale Instituut wil aankomend verpleegkundigen goed toerusten voor die rol. Studenten verpleegkunde moeten weten waar ze vandaan komen en hun wortels kennen. Dat maakt ze sterk voor de toekomst; hún toekomst.

<
>

Opdrachten voor het onderwijs

Bekijk al onze MBO- en HBO-opdrachten over de geschiedenis van de zorg.

Bekijk dit dossier

125 jaar verpleegkundige opleidingen

Februari 2015 - Dit jaar bestaat TvZ maar liefst 125 jaar! Een mooie aanleiding om terug te blikken. Nannie Wiegman, directeur van het Florence Nightingale Instituut, neemt ons mee door meer dan een eeuw verpleegkunde in Nederland. In het februari-nummer: 125 jaar verpleegkundige opleidingen.

Lees het volledige artikel

<
>
<
>

Geschiedenis en zelfbewustzijn

Januari 2015 - Verpleegkundigen hebben een haast intrinsieke neiging zichzelf weg te cijferen. Dat moet veranderen. Een goede eerste stap naar dat broodnodige zelfbewustzijn is het opdoen van historische kennis.

Lees Hugo's blog van januari 2015

<
>

Verplegen in de wijk

Wijkverpleging staat volop in de schijnwerpers. Vergrijzing en bezuiniging maken dat de thuiszorg op een andere manier georganiseerd moet worden. Huishoudelijke hulp komt bij gemeenten te liggen, terwijl verpleging en verzorging een taak van de wijkverpleging blijven. De roep om de ‘ouderwetse wijkverpleegster’ weerklinkt. De vraag is dan natuurlijk wat voor iemand dat was.

1830 - 1900

Nieuwe inzichten

In de tweede helft van de 19e eeuw kreeg de medische wetenschap inzicht in het ontstaan van besmettelijke ziekten. Dit had ook invloed op de zorg aan huis. De - nog ongediplomeerde - kloosterzusters en diaconessen konden de vraag naar hulp aan huis niet meer aan.

Artsen wilden meer preventieve maatregelen op het gebied van hygiëne. De Wet op Besmettelijke Ziekten van 1872 bleek niet voldoende. Die richtte zich vooral op genezing van ziekten.

Preventie, dus het voorkomen van ziektes, stond nog in de kinderschoenen.

<
>

Preventie, een particulier initiatief

Toen bleek dat de Wet op Besmettelijke Ziekten niet voldoende was om besmettelijke ziektes te voorkomen, kwamen geneeskundige inspecteurs in Noord-Holland in actie. In 1875 richtten zij de Noord-Hollandsche Provinciale Vereeniging ‘Het Witte Kruis’ tot Afwering van Epidemische Ziekten en Hulpbetoon tijdens Epidemieën op. Deze koepelorganisatie kwam voort uit tien plaatselijke particuliere verenigingen, met Hilversum als voortrekker. Het Witte Kruis richtte zich op voorlichting over gezondheid en hygiëne, ontsmettingsactiviteiten en bestrijding van pokken. Er kwamen magazijnen met matrassen, lakens, dekens, urinalen en andere benodigdheden voor de thuisverpleging.

<
>

Tinnen urinaal of 'piskannetje'

De oudste modellen urinaal waren gemaakt van tin. Dit urinaal is een staand model. Niet alleen om hem rechtop te kunnen neerzetten maar omdat in die tijd voor het gebruik een knielende houding in bed de gewoonte was. De zieke moest daarbij echter wel ondersteund worden. Bij dit voorwerp hoort een bijzonder verhaal, ...

... uit de herinneringen van verpleegkundige An Poot: 'Ik was op visite bij een oude tante Anna wonend op een kleine boerderij met een ongetrouwde neef. Tante Anna had voordien altijd voor haar oude moeder gezorgd, die 89 jaar is geworden. Opoe heette ook Anna, ik ben dus naar haar vernoemd. Maar na haar dood, vond tante Anna dat ik naar haar vernoemd zou zijn. Ik had zogezegd een streepje voor. Ik was al in de verpleging, vermoedelijk pas 20 jaar. Zij ging er van uit dat ik veel kennis bezat! Op een dag was ik bij haar op visite en zag ik op een tafeltje dat kannetje staan. Ik vroeg haar: tante, hoe komt u aan dit bijzondere kannetje? Zij keek mij ongelovig aan en zei: jij bent toch zuster, weet jij niet wat dit voor een kannetje is? Nee, zei ik, ik dacht dat het een bijzonder tinnen vaasje was. Nou, zei ze, jullie zullen in het ziekenhuis er wel een andere naam aan geven, maar wij noemden dit altijd een : 'PISKANNETJE'. Later mag je van mij erven. Maar toen ik afscheid nam, zei ze: neem het nu maar mee! Dat is het verhaal dat erbij hoort.'


Titel
  • Tinnen urinaal, het zogenaamde 'piskannetje'

Periode
  • Van 1800 tot 1920

Materiaal
  • Tin





<
>

Lientje de Bussy-Kruysse (1858-1937)

Lientje de Bussy-Kruysse was een van Nederlands eerste gediplomeerde verpleegsters. Haar grote verdienste is dat zij kennis uit het buitenland in Nederland heeft geïntroduceerd. Zo heeft zij de wijkverpleging in diverse steden georganiseerd naar het Britse model.

<
>

Tijdlijn van de zorg

Welkom op de website van het Florence Nightingale Instituut. We beginnen bij onze eigen canon van de zorg. Zo zie je hoe verplegen en verzorgen zich tot op de dag van vandaag heeft ontwikkeld. Meer weten over de rijke geschiedenis van de zorg? Laat je dan verrassen door onze themadossiers vol verhalen, foto's, films en objecten over zorg vroeger en nu.

Dag van de Verpleging

Als je op internet zoekt naar ‘Dag van …’ lijkt het wel of er elke dag iets te vieren of te herdenken valt. Je moet dus van goeden huize komen om je daartussen staande te houden. De ‘Dag van de Verpleging’ doet dat in Nederland al meer dan een halve eeuw. Waarom is die dag in het leven geroepen en hoe is de ontwikkeling verlopen? Gaat het om meer dan een plakje cake bij de koffie?

Hall of Fame

Wie zijn ze, die vrouwen en mannen die het beroep van verpleegkundige en verzorgende groot gemaakt hebben? Natuurlijk kent iedereen Florence Nightingale wel, maar al die andere ambassadeurs en voorbeelden verdienen ook onze aandacht. Hier zijn ze!

Verplegen in het ziekenhuis

Waar verplegen we de patiënt. Thuis of in het ziekenhuis? Tegenwoordig worden patiënten - onder andere uit kostenoverwegingen - eerder naar huis gestuurd dan 25 jaar geleden. Verpleegkundigen krijgen daarom steeds meer alleen met de ernstige ziektegevallen te maken. Hoe was dat in de 19e en de 20e eeuw? Hoe zagen ziekenhuizen er uit? Bestonden verpleegkundigen al en wat deden ze toen?

Bets Bilgen (1906-1996)

Bets Bilgen was een enthousiaste en praktische verpleegkundige. Doordat ze wetenschappelijke theorieën een praktische invulling wist te geven, hielp ze de verpleging als vak verder. Haar enthousiasme, haar scherpe inzicht en haar arbeidsethos waren voor velen een belangrijke inspiratiebron.

Dag Prinsengracht

In 1857 beleefde de verpleging in Amsterdam een hoogtepunt. Op de Prinsengracht 769 gingen de deuren van een imposant ziekenhuis open. Het deftige gebouw was bedoeld voor de huisvesting en opleiding van de pleegzusters. Het Prinsengrachtziekenhuis ontving in het begin weinig patiënten. De kleinschaligheid van het ziekenhuis werd de kracht. De kracht van de Gracht. Eind 2014 sluit dit unieke opleidingsziekenhuis definitief zijn deuren. In dit dossier leggen we de bijzondere historie vast.

Lientje de Bussy-Kruysse (1858–1937)

Lientje Kruysse was een van Nederlands eerste gediplomeerde verpleegsters. Haar grote verdienste is dat zij kennis uit het buitenland in Nederland heeft geïntroduceerd. Zo heeft zij de wijkverpleging in diverse steden georganiseerd naar het toonaangevende Brits model.

Marianne van Driel Krol (1920-2003)

Marianne van Driel Krol werd in 1920 in Haarlem geboren. Zij zette zich in voor één brede basisopleiding voor verpleegkundigen. Haar initiatieven op het gebied van wet- en regelgeving waren doorslaggevend voor de ontwikkeling van de verpleegkunde in de 20e eeuw .

Verplegen in de thuiszorg

Thuiszorg is een koepelbegrip dat wijkverpleging, gezinszorg, kraamverzorging, ouderenzorg en zorg voor chronisch zieken en gehandicapten omvat. Nu ingrijpende wijzigingen in de zorg voor de deur staan, leidt het begrip thuiszorg nogal eens tot spraakverwarring.

Gezinszorg

De professional die organisatorische taken in een gezin overneemt, heet sinds 1997 verzorgende of helpende. Ook namen als thuisbegeleidster, ouderenhelpster of gezinshulp komen voor. Ze zijn afgeleid van de beroepsbeoefenaren die vanaf begin 20e eeuw in de gezinsverzorging werkzaam waren. Zij waren de praktische vervangsters van moeders, die hun taken in het gezin niet konden vervullen. Er werden hoge eisen aan hen gesteld. Hoe is het beroep van huisverzorgster - zoals de gezinsverzorgende vroeger heette - veranderd?

Literatuur

Wil je meer te weten komen over de historie van de verzorgende en verpleegkundige beroepen? We hebben een literatuurlijst met een aantal standaardwerken voor je samengesteld, die samen een goed overzicht geven van de ontwikkeling en de geschiedschrijving.

Verplegen in de Z

Eeuwenlang zijn termen voor verstandelijk gehandicapten en psychiatrische patiënten door elkaar gebruikt. De haast eindeloze opsomming varieert van zwakzinnigen tot idioten, debielen, imbecielen, achterlijken, onvolwaardigen, onmaatschappelijken, onnozelen, waanzinnigen, gekken en dwazen. Bij verstandelijk gehandicapten of zwakzinnigen is er altijd sprake van gebrekkige verstandelijke vermogens. Het is een groep die niet of moeilijk voor zichzelf kan zorgen. De kwetsbaarheid is gebleven, maar tegenwoordig spreken we over ‘mensen met mogelijkheden’. Hoe komt dat zo?

Jeltje de Bosch Kemper (1836-1916)

Jeltje de Bosch Kemper werd op 28 april 1836 in een welgestelde familie in Amsterdam geboren. Het was niet gebruikelijk dat beschaafde meisjes werkten of studeerden. Maar Jeltje wilde zich nuttig maken en stortte zich op de verbetering van de maatschappelijke positie van vrouwen en verpleegsters.

Verplegen in de psychiatrie

Mensen met psychische stoornissen blijven tegenwoordig zo lang mogelijk thuis wonen. Ze worden ambulant behandeld of zelfs via internet. Patiënten heten cliënten. Oppassers en bewaarders hebben plaatsgemaakt voor verpleegkundigen of verpleegkundig specialisten in de GGZ. Lees hier hoe deze veranderingen tot stand gekomen zijn.

Nieuws

In dit nieuwsdossier vind je het laatste nieuws van en over het Florence Nightingale Instituut. We houden je op de hoogte van relevante ontwikkelingen, maar ook van nieuwe themadossiers op deze website.

Bep Engelberts (1898-1965)

Anna Elisabeth Wilhelmina Christine Engelberts, roepnaam Bep, beschouwde haar verpleegkundige werk in Nederland en Nederlands-Indië als de vervulling van een gewone plicht. Daarmee was ze een voorbeeld voor velen en een onmisbare steun voor de artsen met wie ze samenwerkte.

Kraamzorg thuis

In Nederland was thuis bevallen de normaalste zaak van de wereld, ook nadat in andere westerse landen de medicalisering van de geboorte toenam. Nederlandse vrouwen kregen hun baby lange tijd liever thuis dan in het ziekenhuis. Toch daalt het aantal thuisbevallingen aanzienlijk. Hoe gaat dat verder en wat betekent die afname voor het beroep van kraamverzorgende?

Nannie Blogt

Onze directeur drs. Nannie Wiegman, historicus en verpleegkundige van huis uit, blogt regelmatig. Dit gebeurt meestal naar aanleiding van actuele ontwikkelingen die zij in haar blog becommentarieert en in historisch perspectief plaatst.

2015

Nannie Wiegman

Directeur Florence Nightingale Instituut

Verpleegkundigen, wat doen we hieraan?

Nannie's blog - april 2015
Onlangs heeft de Vereniging voor de Geschiedenis van de Verpleging, de VGV, zich opgeheven. Deze vereniging is opgericht in het begin van de jaren '80 als gevolg van de grote belangstelling die er toen voor de geschiedenis van de verpleging was. 

We hebben verloren

De leden waren inmiddels op leeftijd en de activiteiten hadden een hoog gezelligheidsgehalte. Bij gebrek aan nieuwe aanwas is de VGV uiteindelijk ter ziele gegaan. Daar mag je best een beetje treurig van worden. We hebben verloren als het gaat om de geschiedenis van de verpleging.

Jaloers

Als verpleegkundig historicus kun je niet anders dan jaloers zijn op wat er op het terrein van de geschiedenis van de verpleging in de rest van de wereld gebeurt. De Amerikanen hebben een uiterst levendige vereniging, de AAHN met afdelingen in elke staat, waar nauwe banden zijn met de Nursing Schools. Jaarlijks organiseert de AAHN een 3-daags congres dat klinkt als een klok. De Engelsen kunnen bogen op een historische afdeling binnen de Royal College of Nursing, de Ieren en Schotten idem dito, een constructie die navolging zou verdienen in Nederland. De Duitsers zijn wat later begonnen, maar halen momenteel in rap tempo hun achterstand in met overal centra voor de Geschichte der Krankenpflege. Zelfs in de Oost-Europese landen, in Polen en in IJsland springen verpleegkundig historische centra en verenigingen als paddenstoelen uit de grond. En niet te vergeten de Scandinavische landen, die momenteel niet alleen schitterende tv-series produceren, maar ook massief investeren in de geschiedenis van de verpleging. Samen hebben de Europese landen zich in 2013 verenigd in de European Association for the History of Nursing, waar het Florence Nightingale Instituut trouwens ook lid van is en zo Nederland vertegenwoordigd.

Verpleegkundigen, wat doen we hieraan?

Je kunt je afvragen hoe het komt dat elders in de wereld de geschiedenis van de verpleging een boost ondergaat en wij in Nederland de enige vereniging op dit gebied opheffen. Waar zit hem toch dat pijnpunt, dat de Nederlandse verpleging zich nauwelijks interesseert voor de eigen historie? Zijn we soms niet trots op ons verleden? Hebben we geen mooie daden verricht in die afgelopen 150 jaar? Durven we er niet mee naar buiten te komen? Ik weet het niet. Verpleegkundigen, wat doen we hieraan? Meld je ideeën en tips aan het Florence Nightingale Instituut op info@fni.nl

<
>

Reacties

Kim 12-05-2015

Het is inderdaad heel jammer dat de geschiedenis van de verpleegkunde zo weinig leeft bij verpleegkundigen (in Nederland). Het zou zo leuk zijn als er binnen de opleiding weer wat aandacht zou zijn voor dit deel van ons vak. En hoe leuk zou het zijn als spullen uit het depot in Amersfoort actief rond zouden reizen door Nederlandse ziekenhuizen? De uniformen bijvoorbeeld, of de glazen blaaskatheters. Of combineer iets nieuws en iets ouds: bijv. een filmfestival met films over verpleegkundigen/ziekenhuizen/patiënten in combinatie met een mooie tentoonstelling. De VGV is trouwens volgens mij nog niet helemaal ter ziele. Als ik het goed heb begrepen is de vereniging opgegaan in de Nederlandse Vereniging voor Medische Geschiedenis. Je kunt dit misschien zie als een stapje achteruit in de onafhankelijkheid, maar de bundeling van krachten kan ook tot heel veel moois en overleving leiden! Toch?

Nannie Wiegman

Directeur Florence Nightingale Instituut

Ingepakt door Ron

Nannie's blog - maart 2015
Liefhebbers van shoppen in een supermarkt kunnen in de VS hun hart ophalen. Prachtig opgediste groenten, vrolijk gekleurd fruit, fris glimmend door de permanente beneveling met water en dat alles in eindeloze rijen. Hoeveel gezondheid wil een mens bij elkaar zien?

 

Ook andere producten liggen strak in het gelid, keurig geordend in de schappen. Wie op zoek is naar een pak koffie kan kiezen uit tientallen merken, soorten, smaken en geuren. Een andere prettig kenmerk in zo’n supermarkt zijn de brede looppaden, want Amerikanen houden er niet van als je met je karretje tegen ze aanbotst. Het ‘I'm so sorry’, is dan ook een veelgehoorde uitroep bij het winkelen. Je zou de Amerikaanse supermarkt kunnen definiëren als onpersoonlijk en overgereguleerd, maar winkelen in de VS is absoluut een uitje!

Ingepakt

Ook een groot genoegen in de supermarkt is het feit dat je boodschappen bij de kassa standaard worden ingepakt. Daar begint ook de eerste mogelijkheid voor persoonlijk contact. Zo’n eerste contact had ik met Ron, de inpakker. In zomaar een supermarkt in Los Angeles ontmoette ik hem. Eerst had ik het niet zo in de gaten, maar toen het inpakken toch wel erg lang duurde en allerlei hulptroepen Ron te hulp schoten, werd het me duidelijk. Ron, een oudere man, keurig in uniform met naambordje op, was licht verstandelijk gehandicapt. Dat maakte dat hij niet zo snel inpakte als je als klant zou willen. Immers, Ron moest lang nadenken bij elke boodschap die hij van de kassière doorgeschoven kreeg. Moest het product in een plastic tasje, in een dubbele plastic tas of in een papieren zak met of zonder hengsel? Voor een gemiddeld mens niet zo'n ingewikkelde keuze, voor mijn Ron een hele opgave. Gelukkig hoefde Ron dit allemaal niet in zijn eentje uit te zoeken, de kassière schoot hem regelmatig te hulp en toen een en ander toch wat lang duurde en de rij wachtenden langzaam begon aan te zwellen, kwam er hulp van een andere inpakker. Geduldig hielp deze man met het afronden van de voor hem ingewikkelde klus, niet geïrriteerd maar met grote zorgzaamheid om Ron zijn eigenwaarde te laten behouden. Tijdens dit hele proces keek Ron met enige regelmaat naar mij, alsof hij zich wilde verontschuldigen voor zijn traagheid. Gelukkig wist ik inmiddels zijn naam, die trots prijkte op zijn winkeluniform. ‘Ron’, zei ik, ‘wat pak je dit geweldig voor me in, daar ben ik heel blij mee. Weet je dat we dat in Nederland zelf moeten doen?’. Een stralende lach van Ron was het antwoord.

Midden in de samenleving

Toen ik thuiskwam, had Ron toch een enorme container met 10 liter water in een iets te slap tasje gepakt. Ik zal u de details van de waterravage besparen. Was ik boos op Ron? Nee, eigenlijk ben ik een beetje van Ron gaan houden. Ron, de licht verstandelijk gehandicapte inpakker bij de supermarkt in Los Angeles. Waarschijnlijk verdient hij maar 8 dollar per uur. Maar wat was hij trots, toen ik hem later die week weer trof. Ah, ‘the Dutch woman, we know each other!’ Ja Ron, wij kennen elkaar en ik vind dat jij jouw werk heel goed doet. Ik snap eigenlijk niet waarom er in Nederland nogal neerbuigend gesproken wordt over de Amerikaanse aanpak om ouderen en licht verstandelijk gehandicapten in te zetten als inpakker bij de kassa. Ik zag een Ron, die midden in de samenleving staat, geen PGB krijgt, maar wel hulp van mensen om hem heen. Mensen die hem waarderen om wat hij is, licht verstandelijk gehandicapt. En zeg nu zelf, wat is daar eigenlijk mis mee? Misschien is een combi van de Nederlandse én de Amerikaanse aanpak een idee. Het gaat er tenslotte om dat wij als samenleving om elkaar heen staan en voor elkaar zorgen.

<
>

Nannie Wiegman

Directeur Florence Nightingale Instituut

Dokter, dat doe ik dus niet!

Nannie's blog - januari 2015
Op 8 januari 2015 is de nieuwe nationale beroepscode voor verpleegkundigen en verzorgenden gepresenteerd. Wat een doorbraak! Niet meer vier verschillende codes vanuit verschillende invalshoeken, maar één ethisch uitgangspunt op basis waarvan zorg verleend wordt.

Je vraagt je eigenlijk af waarom we daar zo lang op hebben moeten wachten. Maar nu is het zover en de patiënt, of zorgvrager zoals deze in de nieuwe beroepscode genoemd wordt, zal er absoluut zijn of haar voordeel mee doen.

Dit is ons vak

Wie de nieuwe beroepscode leest, kan niet anders constateren dan dat er goed over nagedacht is. Het stuk zit degelijk en betrouwbaar in elkaar en je ziet dat er zorgvuldig gewikt en gewogen is om tot overeenstemming te komen. Elke verpleegkundige of verzorgende zal zich hierin direct herkennen. Dit is ons vak, zo moeten we het uitoefenen.

Ethische wenken voor de verpleegster

Een eeuw geleden bestond er ook al zoiets als een beroepscode. Dat heette toen ethische wenken voor de verpleegster, gebaseerd op de basisprincipes zoals Florence Nightingale ze beschreef in haar 'Notes on Nursing' uit 1859. De eerste leerboeken begonnen ook steevast met ethische regels en kwamen van de hand van medici. Die wisten heel goed hoe verpleegsters zich dienden te gedragen. Toen verpleegkundigen als Frederieke Meyboom en Lientje Kruysse hun eerste leerboeken schreven, besteedden ze uiteraard eveneens ruim aandacht aan de ethiek van de verpleging. Ook de 10 geboden van zuster Melk zijn tot op de dag van vandaag het lezen waard. Wie de nieuwe beroepscode leest, herkent nog veel van die respectabele ethische wenken. Natuurlijk, het is ouderwets geformuleerd, maar de kern is steeds hetzelfde. Mooi en beschaafd verplegen, daar draait het om. Toen de verpleging na 1930 steeds verder verdeeld raakte door de verzuiling schreven protestantse en katholieke leiders ieder hun eigen beroepscodes, gebaseerd op het christelijk geloof en bedoeld voor hun eigen achterban.

Wat heb je eraan?

Maar wat heb je als verpleegkundige of verzorgende nu eigenlijk aan zo'n beroepscode? In de jaren ’70 werkte ik als leerling-verpleegster op een PAAZ-afdeling in een ziekenhuis en weigerde mee te werken aan het vasthouden van patiënten, die een shocktherapie kregen. Heel gebruikelijk in die tijd. Het onverdoofd ondergaan van deze behandeling was voor depressieve patiënten een paardenmiddel, vond ik. Toen de dienstdoende psychiater mij waarschuwde dat mijn weigering hem te assisteren mijn ontslag zou betekenen, schrok ik natuurlijk wel even. Die dreiging heb ik vervolgens toch soeverein naast me neergelegd. "Dokter, dat doe ik dus niet!", was mijn reactie. Achteraf was het voor mij op dat moment een stuk gemakkelijker geweest als ik mij had kunnen beroepen op een universele beroepcode. Als ik had kunnen zeggen dat ik weigerde omdat het mijn taak als verpleegkundige is dat ik “ervoor zorg dat de gezondheid en veiligheid van zorgvragers niet in gevaar komt bij acties". Wat een geluk dat die universele beroepscode er nu wél is. Verpleegkundigen en verzorgenden, koester deze code!

<
>

Een eigen vakblad (TvZ)

Het allereerste nummer van TvZ verscheen op 15 september 1890. Dit jaar bestaat het tijdschrift dus maar liefst 125 jaar!

Bekijk dit dossier

Beantwoord deze vraag en ontdek welke themadossiers voor jou interessant zijn.

De voor jou geselecteerde dossiers verschijnen naast elkaar. Je kunt via het pijltje in de rode balk aan de zijkant van het dossier verder klikken.

Verberg Voor jou, omdat je meer wilt weten over educatie